Pinguïns doen het. Net als zeeschildpadden, haaien en walvissen. Onderzoekers staan voor een raadsel.

Wetenschapper Tomoko Narazaki was nieuwsgierig naar de navigatievaardigheden van nestelende soepschildpadden. Hij voorzag een aantal van deze nestelende soepschildpadden van zendertjes en verplaatste ze vervolgens om daarna rustig af te wachten of ze ook vanaf de nieuwe locatie hun weg zouden weten te vinden. Het experiment resulteerde echter per ongeluk in een nog veel fascinerende ontdekking. Narazaki was er dankzij de zendertjes getuige van dat de soepschildpadden zich met vreemde cirkelende bewegingen verplaatsten.

Verbazingwekkend
“Om eerlijk te zijn, trok ik mijn eigen ogen in twijfel, omdat de cirkelende bewegingen zo constant waren,” vertelt Narazaki. “Alsof ze gemaakt werden door een machine.”

Eenmaal terug in het laboratorium deelde Narazaki zijn bevindingen met collega’s, die vergelijkbare zendertjes gebruikten om een breed scala aan andere zeebewoners te volgen. De collega’s besloten daarop in hun eigen data te duiken om te zien of sommige van de soorten die zij bestudeerden misschien vergelijkbare bewegingen maakten. En jawel; verschillende van deze soorten bleken min of meer dezelfde cirkelende bewegingen te maken.

Update
De onderzoekers bestudeerden verschillende soorten. Voor elke soort noteerden ze hoeveel individuen cirkelende bewegingen maakten, waar deze cirkelende bewegingen gemaakt werden, hoelang dat duurde, hoeveel cirkelende bewegingen er werden gemaakt en op welke diepte dat gebeurde. Naast soepschildpadden zagen onderzoekers ook tijgerhaaien, een walvishaai, koningspinguïns, kerguelenzeeberen (een soort robben) en dolfijnen van Cuvier cirkelen.

Goede reden
Het is opmerkelijk, zo stellen Narazaki en collega’s in het blad iScience. Want zo op het eerste gezicht zou je denken dat dieren die zo efficiënt mogelijk van A naar B willen reizen, dat natuurlijk het beste in een rechte lijn kunnen doen. Waren er een paar dieren geweest die zich in plaats daarvan met cirkelende bewegingen voortbewogen, had je dat nog af kunnen doen als een afwijking. Maar het feit dat meerdere soorten het doen, suggereert dat ze daar een goede reden voor hebben. Maar wat is die reden?

Speculaties
Onderzoekers moeten het antwoord op die vraag schuldig blijven. Het feit dat sommige soorten – zoals de tijgerhaai – de cirkelende bewegingen maakten in foerageergebieden leek er even op te wijzen dat de bewegingen helpen bij het vinden van voedsel. Maar andere soorten leken de bewegingen juist weer te maken op momenten dat ze niet op jacht waren. Zo doen pelsrobben het overdag, terwijl ze ‘s nachts jagen. En één van de tijgerhaaien maakte de cirkelende bewegingen terwijl hij onderweg was om een vrouwtje het hof te maken. En dan zijn er ook de soepschildpadden nog – de soort waarmee het allemaal begon. Zij bleken de cirkelende bewegingen te maken terwijl ze aan het navigeren waren. Mogelijk helpen de cirkelende bewegingen de dieren dan ook om het aardmagnetisch veld te detecteren. Dat laatste lijkt niet vergezocht, als je weet dat ook onderzeeërs tijdens observaties van het aardmagnetisch veld rondjes draaien. Tenslotte is het natuurlijk ook nog mogelijk dat de cirkelende bewegingen meer dan één functie hebben.

De onderzoekers hopen in de nabije toekomst helder te krijgen waarom verschillende zeebewoners zich cirkelend voortbewegen. Ze stellen daarom voor om meer onderzoek te doen naar de omstandigheden waaronder dieren deze bewegingen maken. Daarnaast willen ze uit gaan zoeken of er nog meer soorten zijn die deze cirkelende bewegingen maken. Wordt ongetwijfeld vervolgd!