Even leek het erop dat een besmettelijke vorm van kanker de Tasmaanse duivel zou uitroeien. Maar nieuw onderzoek suggereert dat er hoop is.

Tasmaanse duivels zijn vleesetende buideldieren die op dit moment enkel op het eiland Tasmanië voorkomen. En de dieren hebben het moeilijk. Het is allemaal te wijten aan een besmettelijke vorm van kanker die rap om zich heen grijpt. Deze vorm van kanker wordt Tasmaanse duivels meestal kort nadat ze volwassen zijn geworden fataal. Hierdoor zijn ze slechts in staat om één nestje – in plaats van de gebruikelijke drie nestjes – jongen groot te brengen. De besmettelijke vorm van kanker speelt de Tasmaanse duivel nu zo’n twintig jaar parten en in die periode is de populatie Tasmaanse duivels met zeker tachtig procent afgenomen.

Evolueren
Onderzoekers wisten het dan ook zeker: dit gaat de Tasmaanse duivel niet redden. Maar het tegendeel blijkt waar te zijn. Zo blijken Tasmaanse duivels – tegen alle verwachtingen in – nog steeds te leven in gebieden waar de besmettelijke vorm van kanker iets meer dan twintig jaar geleden al opdook. “Modellen die ik zeven jaar geleden publiceerde, voorspelden dat deze populaties nu uitgestorven zouden moeten zijn,” vertelt onderzoeker Hamish McCallum. “Ik ben heel blij dat ik het verkeerd had.” Maar hoe weten de Tasmaanse duivels in de gebieden in kwestie te overleven? “Het lijkt erop dat de duivels zichzelf redden door te evolueren.”

WIST JE DAT…

Het onderzoek
McCallum en collega’s trekken die conclusie nadat ze het DNA van verschillende Tasmaanse duivels bestudeerden. Ze bekeken het DNA van Tasmaanse duivels die tussen 8 en 16 jaar nadat deze besmettelijke vorm van kanker de kop opstak, in verschillende delen van Tasmanië leefden. Ook bestudeerden ze het DNA van Tasmaanse duivels die leefden in de tijd voordat de besmettelijke vorm van kanker een probleem werd. De onderzoekers identificeerden twee kleine regio’s in het genoom die er bij de Tasmaanse duivels die na de uitbraak van de besmettelijke vorm van kanker leefden heel anders uitzagen dan bij de Tasmaanse duivels die voor de uitbraak leefden. Deze regio’s zijn in reactie op een krachtige selectiedruk – ontstaan door de kanker – veranderd. En dat in slechts vier tot acht generaties tijd! Vijf van de zeven genen in de twee regio’s hielden verband met kanker of de immuunfunctie, wat suggereert dat Tasmaanse duivels inderdaad bezig zijn om resistent te worden voor de besmettelijke vorm van kanker.

Het is hoopgevend, maar zeker geen reden om achterover te leunen. “Hoewel het onderzoek suggereert dat duivels in het wild zichzelf door evolutie kunnen redden, is het belangrijk om managementstrategieën te ontwikkelen die ze in staat stellen om dat te doen,” vindt McCallum. En misschien kunnen we door de Tasmaanse duivels uitgebreid te bestuderen ook meer inzicht krijgen in kanker. “Kanker ontstaat en sterft meestal met zijn gastheer, maar in slechts twee gewervelden – honden en Tasmaanse duivels – heeft kanker een uitzonderlijke evolutionaire stap gezet en is besmettelijk geworden. Deze vormen van kanker verspreiden zich niet alleen in de gastheer, maar ook naar andere dieren toe, waardoor ze in feite onsterfelijk worden (…) Dit is een bizarre vorm van kanker in een uniek Australisch buideldier, maar de ziekte en de manier waarop Tasmaanse duivels reageren, kan wel eens nieuwe algemene inzichten opleveren in de biologie van kanker.”