Het gaat – onder meer – ten koste van de winter, die dan nog maar een maand of twee duurt.

Als we niets doen om klimaatverandering een halt toe te roepen, dan kunnen de zomers op het noordelijk halfrond tegen 2100 een stuk langer duren dan nu. Dat voorspellen onderzoekers in een nieuwe studie, gepubliceerd in het tijdschrift Geophysical Research Letters. Volgens het onderzoeksteam zal een bijna zes maanden lange zomer de nieuwe norm kunnen worden, met alle gevolgen van dien.

Seizoenen
In de jaren vijftig van de vorige eeuw deden de vier seizoenen op het noordelijk halfrond in een voorspelbaar en redelijk gelijkmatig patroon hun intrede. Ondertussen is dat al behoorlijk anders. Klimaatverandering zorgt nu voor dramatische en onregelmatige veranderingen in de lengte van de seizoenen. Ook starten seizoenen op een ander moment. En als we niets doen om klimaatverandering te stoppen, dan worden de seizoenen in de toekomst waarschijnlijk almaar extremer. “Als gevolg van de opwarming van de aarde, zullen de zomers langer en heter worden, terwijl de winters korter en warmer worden,” legt onderzoeksleider Yuping Guan uit.

Studie
De onderzoekers komen tot die conclusie nadat ze zich over historische klimaatgegevens van 1952 tot 2011 hadden gebogen. Met deze gegevens bij de hand maten ze de veranderingen in lengte en het begin van de vier seizoenen op het noordelijk halfrond. Vervolgens gebruikten ze gevestigde klimaatmodellen om te voorspellen hoe de seizoenen in de toekomst zullen verschuiven.

Resultaten
Uit de bevindingen blijkt dat er in de afgelopen 70 jaar al behoorlijk wat is veranderd. In 1952 duurde de zomer bijvoorbeeld nog 78 dagen, terwijl dit in 2011 was opgelopen tot 95 dagen. De winter daarentegen kromp van 76 dagen in 1952 naar 73 dagen in 2011. De lente en de herfst duren tegenwoordig ook aanzienlijk korter. Rond 1950 hield de lente bijvoorbeeld nog 124 dagen aan, terwijl dit in 2011 was verminderd naar 115 dagen. En de herfst duurt in plaats van 87 dagen nu nog maar 82 dagen. Daarnaast ontdekten de onderzoekers dat de lente en zomer destijds eerder begonnen, terwijl de herfst en winter pas later startten. Hoewel deze veranderingen eigenlijk overal wel zichtbaar zijn, blijken met name het Middellandse Zeegebied en het Tibetaans Hoogland onderhevig aan verandering. Deze gebieden hebben volgens de onderzoekers de grootste transformaties in hun seizoenscycli doorgemaakt.

Veranderingen in de gemiddelde startdata en lengtes van de vier seizoenen op de middelste breedtegraden van het noordelijk halfrond. Afbeelding: Wang et al 2020/Geophysical Research Letters/AGU

Als de opwarming van de aarde onverstoorbaar doorzet, dan zullen de veranderingen in seizoenen nog vele malen groter worden, zo voorspellen de onderzoekers. Tegen het jaar 2100 kan de zomer wel een half jaar duren. Dit gaat – onder meer – ten koste van de winter, die dan nog maar een maand of twee duurt. “Deze verschuiving in seizoenen kan leiden tot zwaardere weersomstandigheden,” zegt wetenschapper Congwen Zhu, niet betrokken bij de huidige studie. “In een warmere en langere zomer kunnen hittegolven en bosbranden vaker acte de présence geven. Bovendien kunnen warmere, kortere winters instabiliteit veroorzaken die leidt tot koudegolven en winterstormen, net zoals de recente sneeuwstormen in Texas en Israël.”

Gevolgen
Het team waarschuwt dat de verandering van seizoenen tevens verstrekkende gevolgen zal hebben voor de landbouw, de menselijke gezondheid en het milieu. “Talrijke studies hebben al aangetoond dat de veranderende seizoenen aanzienlijke milieu- en gezondheidsrisico’s met zich meebrengen,” zegt Guan. Vogels veranderen bijvoorbeeld hun migratiepatronen en planten bloeien op verschillende tijdstippen. Deze veranderingen kunnen vervolgens leiden tot discrepanties tussen dieren en hun voedselbronnen.

Mismatches in Nederland
Eén van de meest duidelijke effecten van klimaatverandering op de natuur in Nederland is de verschuiving van groeiseizoenen. Zo bloeien planten nu eerder dan in 1950. Ook de zangvogels zijn over de periode van 1986 tot 2009 bijna tien dagen eerder begonnen met broeden. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de hogere temperatuur in het voorjaar. Een gevolg hiervan is de kans op mismatches. Zo kan het zijn dat er jonge vogeltjes worden geboren op het moment dat er niet genoeg voedsel aanwezig is. De pimpelmees heeft deze verandering doorgehad en besloot eerder zijn eieren te leggen. Andere soorten doen dit niet, of niet voldoende, zoals de bonte vliegenvanger. Haar jongen komen vaak te laat uit, waardoor deze jongen niet van de rupsenpiek kunnen profiteren.

Zoals gezegd kunnen seizoensveranderingen ook de landbouw ontwrichten, bijvoorbeeld wanneer late sneeuwstormen ontluikende planten beschadigen. En met langere groeiseizoenen zullen er ook meer pollen in de lucht rondzweven, wat weer slecht nieuws is voor hooikoortspatiënten. Daarnaast rukken muggen – waaronder muggen die tropische ziektes met zich meedragen – op naar nieuwe en noordelijke gebieden.

Al met al schetst deze studie een duidelijk beeld van hoe de toekomst eruit gaat zien als we klimaatverandering de vrije loop laten. “Het is lastig om je voor te stellen wat de gevolgen zijn van een gemiddelde temperatuurstijging tussen de 2 en 5 graden Celsius,” zegt klimaatonderzoeker Scott Sheridan, niet betrokken bij de studie. “Maar nu zie je het effect van deze temperatuurstijging op de verschuiving van seizoenen, waardoor je een veel beter idee krijgt van wat klimaatverandering teweegbrengt.”