De Very Large Telescope geeft ons een kijkje in een stellaire kraamkamer.

Op deze foto zien we Sharpless 29: een interstellaire wolk die op zo’n 5500 lichtjaar afstand staat. De wolk bestaat uit geïoniseerd gas, waaruit tal van nieuwe sterren geboren worden.

NGC 6559
De nevel in het hart van Sharpless 29 – te zien in het centrum van de foto – springt natuurlijk het meest in het oog. Het is het zeer actieve stervormingsgebied NGC 6559 dat zich over enkele lichtjaren uitstrekt.

Afbeelding: ESO / M. Kornmesser.

Ravage
De nevel bewijst dat de geboorte van sterren geen vredig gebeuren is. Wie goed kijkt, ziet namelijk dat de stellaire kraamkamer een ravage is. De hete jonge sterren zijn hooguit twee miljoen jaar oud en geven intense hoogenergetische straling af die het omringende stof en gas opwarmt. Daarnaast produceren ze krachtige sterrenwinden die de kraamkamer eroderen: ze blazen het interstellaire materiaal weg. Zo zie je in de nevel een holte die door een piepjong dubbelstersysteem is ‘uitgehouwen’ en nog altijd uitdijt. Het weggeduwde interstellaire materiaal heeft zich in een roodachtige boogvormige rand opgehoopt.

Kleurrijk
Het is wel een kleurrijke ravage. En ook dat is te danken aan de jonge sterren die met hun ultraviolette licht het interstellaire gas en stof beschijnen. Hierdoor gaat dat helder gloeien. Waterstof krijgt zo een rode kleur. Het blauwe licht is het gevolg van weerkaatsing door en verstrooiing aan kleine stofdeeltjes. Maar in de nevel is niet alleen sprake van gloeiing en verstrooiing. Er vindt ook absorptie plaats: er zijn stofrijke delen die het licht dat naar ons toe komt, tegenhouden en de sterren erachter aan het zicht onttrekken.

Astronomen kunnen hun hart ophalen wanneer ze een gebied als Sharpless 29 bestuderen. Ze kunnen zo veel meer te weten komen over de impact die jonge sterren op het omringende gas en stof hebben en de evolutie die zo’n stervormingsgebied doormaakt. Want de stellaire kraamkamer heeft niet het eeuwige leven. De jonge, zware sterren die hier het levenslicht zien, raken snel opgebrand en zullen jong sterven. Hun leven eindigt met een supernova-explosie, waarbij ze verrijkt puin van gas en stof achterhalen. Binnen enkele tientallen miljoenen jaren is dat stellaire puin wel opgeruimd en blijft een open sterrenhoop achter.