De waarnemingen geven meer inzicht in de vele ruimtestenen die zich dus ook in de nabijheid van de aarde wagen.

In Griekenland staat een telescoop, met daarbij twee camera’s. En in de afgelopen drie jaar hebben deze regelmatig – in totaal zo’n 149 uur – naar de maan gestaard, in de hoop er getuige van te zijn dat er een object op het maanoppervlak klapte. Met succes, zo laat de Europese ruimtevaartorganisatie nu weten. Sinds het zogenoemde Near-Earth object Lunar Impacts and Optical TrAnsients-project (kortweg NELIOTA) in 2017 van start ging, zijn er namelijk al 100 inslagen gespot.

Mijlpaal
De honderdste inslag werd op 1 maart jongstleden waargenomen. Een mijlpaal. Niet alleen omdat het de honderdste inslag is die binnen het NELIOTA-project is waargenomen. Maar ook omdat het de eerste inslag is die door een ander observatorium bevestigd kon worden. De inslag die NELIOTA waarnam, werd namelijk ook gespot door het Sjarjah Lunar Impact Observatory in de Verenigde Arabische Emiraten.


“Kruisdetecties zoals deze zijn heel nuttig, omdat daarmee de mogelijkheid dat een trage, heldere satelliet per abuis is aangezien voor een flits veroorzaakt door een inslag, kan worden uitgesloten,” vertelt onderzoeker Detlef Koschny. “Hoewel NELIOTA andere, minder directe manieren heeft om zulke gebeurtenissen uit te sluiten, zijn we blij dat er meerdere ogen op de maan gericht zijn.”

Implicaties voor de aarde
De waarnemingen van NELIOTA geven meer inzicht in hoe vaak de maan door (kleine) ruimtestenen getroffen wordt. Maar de bevindingen hebben ook belangrijke implicaties voor onze planeet. Sterker nog: het hele project is opgezet om een beter beeld te krijgen van de dreiging die ruimtestenen voor onze aarde vormen.

Hier zie je de inslagen die NELIOTA tot op heden heeft gespot. De 100e is rood omcirkeld en werd op 1 maart waargenomen. In de loop van maart heeft NELIOTA er nog twee gespot, die eveneens op deze afbeelding zijn aangeduid. Afbeelding: ESA / NELIOTA.

De maan als testbed
Onze planeet wordt namelijk voortdurend gebombardeerd door uit de ruimte afkomstig puin: fragmenten van kometen en planetoïden. Het merendeel daarvan verbrandt in onze dikke atmosfeer. Maar sommige objecten – het gaat dan met name om ruimtestenen die op het moment dat ze de atmosfeer binnendringen meer dan enkele meters groot zijn – kunnen de reis door de atmosfeer overleven en een gevaar vormen voor het leven op aarde. Dit zijn de potentieel gevaarlijke ruimtestenen, waarvan we eigenlijk helemaal niet weten hoeveel er in de nabijheid van de aarde te vinden zijn. Ze zijn namelijk iets te klein om goed in beeld te kunnen krijgen met telescopen. Om toch een beeld te kunnen krijgen van hun aantallen en de mate waarin deze ruimtestenen daadwerkelijk een bedreiging vormen, kijken onderzoekers naar de maan. Die staat vrij dicht bij de aarde en heeft een verwaarloosbare atmosfeer, waardoor zelfs kleine ruimtestenen die op aarde het oppervlak niet of slechts ternauwernood zouden halen, op het oppervlak van de maan een krater achterlaten.


Lichtflitsen
NELIOTA zoekt echter niet naar kraters, maar naar heldere lichtflitsen, die ontstaan wanneer kleine ruimtestenen met hoge snelheid op het maanoppervlak klappen. Op basis van de helderheid van die flitsen kunnen onderzoekers een inschatting maken van de omvang en massa van het object dat op de maan is ingeslagen. En dat geeft ons dan weer een beter beeld van hoe vaak vergelijkbare objecten in de atmosfeer van de aarde terecht komen.

De 100e inslag die NELIOTA spotte. Afbeelding: ESA.

Een andere manier om te achterhalen hoeveel ruimtestenen zich nabij de aarde ophouden, is door er actief naar te zoeken. Dat wordt ook gedaan. Maar die aanpak werkt met name goed voor de wat grotere objecten die zich nabij de aarde wagen (ook wel aardscheerders genoemd). Zo is naar schatting inmiddels zo’n 90% van alle aardscheerders groter dan 1 kilometer in kaart gebracht. Momenteel richten onderzoekers zich dan ook op het opsporen van objecten groter dan 140 meter. Het is belangrijk om aardscheerders te identificeren en hun banen in kaart te brengen. Want zo kunnen onderzoekers voorspellen of zij in de (nabije) toekomst een gevaar voor de aarde vormen of niet. NASA heeft inmiddels op basis van waarnemingen al een flinke lijst met potentieel gevaarlijke planetoïden liggen. Dit zijn stuk voor stuk ruimtestenen die ergens in de komende 100 jaar een gevaar kunnen vormen voor onze planeet. Wat je echter vaak ziet, is dat de baan van deze ruimtestenen door de tijd heen steeds nauwkeuriger kan worden vastgesteld, waardoor ze tegen de tijd dat ze gevaarlijk werden geacht, allang van de lijst zijn gehaald, omdat ze de aarde toch op flinke afstand blijken te passeren.

Toch wordt er door wetenschappers wel nagedacht over onze opties op het moment dat een planetoïde daadwerkelijk op de aarde afstevent. Veel van de bedachte oplossingen vereisen echter dat we zo’n planetoïde tijdig – dus ruim voor deze op de aarde klapt – ontdekken. Het aanpassen van de baan of zelfs vernietigen van de ruimtesteen kost namelijk veel tijd. Vandaar dat het ook zo belangrijk is om zo snel mogelijk een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de ruimtestenen die zich in onze omgeving wagen.