Volgens onderzoekers is het eigenlijk net andersom: het proces van aankomen zorgt ervoor dat we honger krijgen en dus teveel gaan eten.

De cijfers liegen er niet om. Kijken we naar percentages van overgewicht in Nederland, dan blijkt dat de helft van alle volwassenen te zwaar is. 13,9 procent lijdt zelfs aan ernstig overgewicht. Ook kinderen ontkomen er niet aan. Zo heeft 14,7 procent van de Nederlandse kinderen tussen de 4 en 17 jaar oud overgewicht. Het betekent dat deze mensen een hoger risico lopen op hartaandoeningen, beroertes, diabetes type 2 en bepaalde soorten kanker. Wil je afvallen, dan wordt je vaak verteld dat je ‘minder moeten eten en meer moet bewegen’. Maar in hoeverre klopt dat eigenlijk?

Energiebalansmodel
De benadering ‘minder eten en meer bewegen’ is gebaseerd op het eeuwenoude ‘energiebalansmodel’. Dit model stelt dat gewichtstoename wordt veroorzaakt doordat je meer calorieën eet dan er worden verbrand. Dat dat vaak gebeurt, is overigens niet zo gek. We worden namelijk omringd door smakelijke, goedkope en bewerkte voedingsmiddelen waardoor het voor veel mensen gemakkelijk is om meer te eten dan ze eigenlijk aan energie nodig hebben. Deze onbalans wordt vervolgens verder versterkt door onze ‘zittende’ levensstijl. Dit, in combinatie met te weinig lichaamsbeweging, zou dan ook de drijvende kracht zijn achter de obesitas-epidemie.

Energiebalansstoornis
Maar nu trekken onderzoekers de gehele effectiviteit van het energiebalansmodel in twijfel. “Gedurende het grootste deel van de vorige eeuw werd obesitas beschouwd als een energiebalansstoornis, veroorzaakt door ‘teveel eten’ in verhouding tot de metabolische behoeften,” vertelt David Ludwig aan Scientias.nl. “Op basis van deze visie is het heersende advies geweest om ‘minder te eten en meer te bewegen’, bijvoorbeeld door middel van een caloriearm dieet en een doeltreffend bewegingsprogramma. Maar deze aanpak heeft niet gewerkt. Obesitas blijft onder de bevolking toenemen, ondanks de aanhoudende focus op de energiebalans.” Het betekent dat het energiebalansmodel in de praktijk zichtbaar heeft gefaald. Het aantal mensen met overgewicht en obesitas-gerelateerde ziekten is gestaag gestegen. Maar hoe komt dat? “In ons artikel stellen we dat het probleem zit in het basisbegrip van de energiebalans zelf,” zegt Ludwig. “Het houdt namelijk geen rekening met tientallen jaren onderzoek naar de biologie van gewichtbeheersing.”

Wat is er mis mee?
Volgens Ludwig helpt het energiebalansmodel ons niet om de biologische oorzaken van gewichtstoename te begrijpen. “Tijdens de groeispurt kan een puber bijvoorbeeld honderden calorieën meer consumeren dan hij verbrandt,” zegt hij. “Maar zorgt dit ‘overeten’ ervoor dat hij groter wordt, of maakt de snelle groei hem hongerig en eet hij meer? Duidelijk dat laatste.” De onderzoeker wijst op de fundamentele tekortkomingen in het energiebalansmodel. Hij draagt in zijn studie dan ook een alternatief model aan dat obesitas en gewichtstoename volgens hem beter verklaart: het koolhydraat-insulinemodel.

Koolhydraat-insulinemodel
Het koolhydraat-insulinemodel doet een vrij gewaagde claim: teveel eten is niet de hoofdoorzaak van overgewicht. “Het proces van aankomen en te veel vet opslaan zorgt ervoor dat we honger krijgen en te veel eten,” onderstreept Ludwig. “Met andere woorden, we hebben oorzaak en gevolg omgedraaid.”

Hoe het werkt
Het koolhydraat-insulinemodel legt een groot deel van de schuld van de huidige obesitas-epidemie bij moderne voedingspatronen. Deze worden gekenmerkt door een overmatige consumptie van voedingsmiddelen met een hoge glykemische index (wat aangeeft hoe snel koolhydraten worden opgenomen in het bloed): in het bijzonder bewerkte, snel verteerbare koolhydraten. Deze voedingsmiddelen veroorzaken hormonale reacties die ons metabolisme fundamenteel veranderen. En daardoor worden vetopslag, gewichtstoename en obesitas gestimuleerd. Hoe dat precies werkt? Wanneer we sterk bewerkte koolhydraten eten, krijgen vetcellen signaaltjes door om meer calorieën op te slaan. Hierdoor komen er minder calorieën beschikbaar om spieren en andere metabolisch actieve weefsels van brandstof te voorzien. De hersenen nemen vervolgens waar dat het lichaam niet genoeg energie krijgt, wat op zijn beurt leidt tot hongergevoelens. Bovendien kan het metabolisme vertragen in een verwoede poging van het lichaam om brandstof te besparen. Kortom, we blijven honger houden, ook al krijgen we overtollig veel calorieën binnen.

Obesitas-epidemie
Om de obesitas-epidemie te begrijpen, moeten we dus niet alleen overwegen hoeveel we eten, maar ook hoe het voedsel dat we kiezen onze hormonen en metabolisme beïnvloedt. “Een maaltijd kan caloriearm zijn, maar als we daardoor snel weer honger krijgen en geen energie meer hebben, wat is dan het voordeel?” Vraagt Ludwig zich af. En met de bewering dat alle calorieën hetzelfde zijn voor het lichaam, laat het energiebalansmodel een cruciaal stukje van de puzzel buiten beschouwing.

Radicale implicaties
Als we het koolhydraat-insulinemodel echter boven het energiebalansmodel verheffen, heeft dit radicale implicaties voor gewichtsbeheersing en de behandeling van obesitas. Volgens de onderzoeker is dit model namelijk de weg naar effectievere en langdurige strategieën naar een gezond gewicht. In plaats van mensen aan te sporen minder te eten – een strategie die meestal niet werkt op lange termijn – suggereert het koolhydraat-insulinemodel een ander pad dat meer focust op wát we eten. “Dit is waarschijnlijk op lange termijn veel effectiever,” zegt Ludwig. “Als gevolg hiervan kunnen mensen afvallen met minder honger en strijd.”

Of we ooit helemaal in een obesitas-vrije wereld zullen leven is echter de vraag. “Overgewicht gaat al vele eeuwen terug,” zegt Ludwig. “Er is zelfs archeologisch bewijs van. Het is duidelijk dat het lichaamsgewicht nou eenmaal varieert tussen mensen, deels bepaald door genen. Maar de extreem hoge percentages van zwaarlijvigheid van tegenwoordig, vooral onder kinderen, lijkt ongekend. Om een lawine van complicaties als gevolg van overgewicht – zoals diabetes – te voorkomen, hebben we een effectieve behandeling nodig.” Het betekent dat we de aan het begin genoemde percentages met de juiste handvatten wel fors kunnen terugdringen. Als we maar de hoofdoorzaken van overgewicht én wat we eraan kunnen doen, goed begrijpen.