20121122-123120.jpg

Europa mag dan wel in crisis zitten, maar de lidstaten van ESA blijven gewoon investeren in hun ruimtevaartprogramma’s. De deelnemende landen besloten deze week de Ariane-raket te upgraden en mee te werken aan het Amerikaanse Orion-programma. Ook werd een nieuw land geïntroduceerd in het ruimteagentschap.

Deze week spraken de landen die lid zijn van ESA met elkaar op de ESA Council in Napels. De negentien deelnemende naties vinden dat er juist extra moet worden geïnvesteerd in wetenschap en technologie, omdat dat op den duur juist alleen maar geld op zal leveren. De budgetten van ESA worden daarom niet verlaagd. Bovendien werden enkele belangrijke beslissingen over de koers van het ruimteagentschap genomen.

Ariane-raket
Eén van de belangrijkste zaken waarover de naties overeenstemming bereikten, is de toekomst van de Europese Ariane-raket. Daarover bestond al jaren onenigheid tussen Duitsland en Frankrijk. Waar de Fransen al veel geld hebben geïnvesteerd in de ontwikkeling van de opvolger van de huidige Ariane-5-raket, de Ariane 6, wil Duitsland juist een upgrade van het oude model, de zogenoemde Ariane 5ME (Midlife Enhancement). Een upgrade zou de huidige Ariane-raket breder inzetbaar kunnen maken, en daarmee ook aantrekkelijker voor potentiële kopers. Maar Frankrijk wil liever een geheel nieuwe raket, die op den duur veel meer geld zou opleveren.

Aanpassing
Tijdens de vergadering is besloten vooral vast te blijven houden aan de Ariane 5ME-raket. De verbetering aan de raket zit vooral in de onderste aandrijving. Tegelijk zal het bovenste deel van de raket ook worden gebruikt voor de Ariane 6. Die zou, volgens de huidige planning, in 2021 op de lanceerbaan staan.

Orion
Een andere belangrijke beslissing is dat ESA gaat samenwerken met NASA aan het Orion-project. Europa gaat de service-module maken voor de Orion Multipurpose Crew Vehicle, de opvolger van de spaceshuttle. Dat zou een grote stap zijn in de samenwerking tussen de Europese en Noord-Amerikaanse ruimteagentschappen, die allebei momenteel geen mogelijkheden meer hebben om astronauten de ruimte in te sturen. Een nieuwe lanceerder zou ESA en NASA minder afhankelijk maken van Rusland.

ISS
Ook werd besloten dat ESA in ieder geval nog tot 2020 mee blijft ontwikkelen aan het ISS. Aanvankelijk lagen er plannen dat het Europese deel van het ruimtestation per 2016 niet meer zou worden onderhouden, maar die plannen zijn nu omgegooid. Daarmee is ook definitief gemaakt dat het ISS nog in ieder geval tot 2020 in de lucht blijft.

Tijdens de vergadering werd ook een nieuw lid verwelkomd: Polen is nu ook lid van het Europese ruimteagentschap. Een andere verrassing in het nieuwe budget is de bijdrage van Engeland. Het land zegde toe 20 miljoen euro te investeren in het nieuwe Orion-project, de volgende generatie van Europese bemande ruimtevluchten. Dat is uniek, want Engeland heeft zich altijd verzet tegen de bijdragen voor bemande vluchten, zelfs toen de Britse astronaut Michael Foale in het ISS verbleef. De Britten hebben zich altijd vooral gericht op communicatie- en observatiesatellieten. Nu draagt het land de komende vier jaar zo’n 300 miljoen euro bij aan ESA.