homo erectus

De lichaamsmassa van de eerste mensachtigen van ons geslacht was niet groter dan dat van eerdere mensachtige soorten.

Wanneer we het hebben over de lichaamsmassa van oude mensachtigen, wordt er meestal verwezen naar een paper uit 1992. Sindsdien zijn er echter veel nieuwe fossiele resten van mensachtigen ontdekt en die stellen wetenschappers in staat om met nauwkeurigere schattingen van de lichaamsomvang van oude mensachtigen te komen. En dat is exact wat onderzoekers van de George Washington University nu doen.

Resten van de beroemde Australopithecus afarensis (Lucy).

Resten van de beroemde Australopithecus afarensis (Lucy).

Australopithecus
Ze bestudeerden de fossiele resten van tal van verschillende soorten mensachtigen en schatten op basis daarvan onder meer de gemiddelde lichaamsomvang per soort, maar ook de gemiddelde lichaamsomvang van het mannelijk en vrouwelijke lichaam per soort. En dat leidt tot een verrassende conclusie. “Eén van de belangrijkste resultaten is dat we geen bewijs hebben gevonden dat erop wijst dat de eerste leden van ons geslacht (Homo, red.) qua lichaamsmassa verschilden van Australopithecus (één van de eerste mensachtige soorten),” vertelt onderzoeker Mark Grabowski.

Homo erectus
Dat betekent dat de lichaamsmassa van de mensachtige niet toenam in de periode tussen Australopithecus en de eerste mensachtigen in het Homo-geslacht. In plaats daarvan zou de lichaamsmassa pas toegenomen zijn toen de Homo erectus het levenslicht zag. “Er zijn verschillende ongetoetste aannamen over de oorsprong van Homo,” stelt wetenschapper Bernard Wood die niet bij dit onderzoek betrokken was, maar zich wel bezighoudt met de oorsprong van onze soort. “Deze studie veegt de aanname dat alle vroege mensachtigen tot de oorsprong van onze soort aan toe om de één of andere reden – meestal wordt gesteld dat het kwam door een gebrek aan vlees in het dieet – een klein lichaam hadden, van tafel. Lichaamsomvang nam niet scherp toe toen de eerste Homo ontstond.”

Een andere ontdekking die de wetenschappers deden, was dat de verschillen in lichaamsomvang tussen man en vrouw pas na H. erectus sterk afnamen. Aangenomen wordt dat grote verschillen in het uiterlijk van mannen en vrouwen van dezelfde soort (seksuele dimorfie) samenhangen met harem-achtige sociale structuren, iets wat we bijvoorbeeld bij de gorilla’s terugzien. Mannetjes moeten zich laten gelden om de baas te blijven en vrouwtjes te kunnen blijven bevruchten. Grotere mannetjes zijn in het voordeel en hebben een grotere kans om hun genen door te kunnen geven. Zo ontstaan – door de generaties heen – uiteindelijk grote verschillen als het gaat om de lichaamsomvang van vrouwelijke en mannelijke gorilla’s. Stel dat de gorilla zijn harem in zou ruilen voor een monogame levensstijl dan zouden de verschillen in lichaamsomvang waarschijnlijk geleidelijk aan verdwijnen, omdat er minder competitie is. Nu blijkt dat de seksuele dimorfie pas vrij laat in de geschiedenis van onze soort afnam, zou dat kunnen betekenen dat de monogame sociale structuur zoals we die bij moderne mensen zien pas vrij laat haar intrede deed.