Archeologen hebben in de oude dodenstad Saqqara twee kleurrijke tombes gevonden. In de ene tombes ligt Shendwa. Hij was 4300 jaar geleden een zeer belangrijke ambtenaar in Egypte. De andere tombe behoort toe aan de zoon van Shendwa: Khonsu. Hij volgde zijn vader na diens dood op.

Foto: Supreme Council of Antiquities

De tombe van Shendwa heeft een prachtige nepdeur waarop hij zelf staat afgebeeld. Op de deur is te zien hoe hij voor een tafel vol offers zit. De grafkamer bevindt zich direct onder de nepdeur. De houten kist van Shendwa is daar in een twintig meter diep gat geplaatst om te

voorkomen dat dieven erbij konden komen.

Dat laatste is gelukt: de tombe is niet bestolen. Wel is deze door de vochtigheid grotendeels vergaan. Naast de sarcofaag hebben de archeologen een aantal kalkstenen vazen gevonden, waaronder vijf offervaten in de vorm van een eend. In de vaten bevonden zich de nog intacte botten van de dieren.

Ook bevond zich in de tombe een dertig centimeter hoge obelisk. “Deze obelisk symboliseert de aanbidding van de zonnegod Re,” vertelt archeoloog Zahi Hawass.

Achter een tweede nepdeur vonden de archeologen de tombe van Khonsu. Hij erfde de titels van zijn vader en werd daarmee eveneens een belangrijke ambtenaar in het Egyptische rijk. Zo werd hij – net als zijn vader – het hoofd van de secretarissen van de farao. Boven de nepdeur naar Khonsu’s tombe bevindt zich een felgekleurde afbeelding waarop de overledene in diverse posen te zien is.

De tombes bevinden zich ten westen van de beroemde piramide van Djoser en stammen uit de periode van 2374 tot 2191 voor Christus. Volgens Hawass gaat het om de meest bijzondere tombes die ooit in het Oude Rijk vervaardigd zijn.

Foto: Supreme Council of Antiquities