Ze trokken zich niets van grote klimaatschommelingen aan.

Wetenschappers zijn het er grotendeels met elkaar over eens dat een combinatie van een meteorietinslag en vulkaanuitbarstingen in het late Krijt een einde maakte aan het tijdperk van de dinosauriërs. Maar hoe verging het de dino’s tot dat fatale moment? Sommige onderzoekers stellen dat miljoenen jaren vóór de meteorietinslag, de dino’s al in zwaar weer verkeerden. Zo zouden ze niet opgewassen zij tegen grote en langdurige veranderingen van het klimaat. Maar een nieuw onderzoek schoffelt die theorie onderuit.

Aanpassen
Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat vóór de allesvernietigende meteorietinslag, de dinosauriërs zelfs floreerden. “De resultaten van onze studie suggereren dat dinosaurussen zich goed konden aanpassen,” zegt hoofdonderzoeker Alessandro Chiarenza. “Ze waren bestand tegen veranderingen in hun omgeving en de klimaatschommelingen die zich voordeden in de laatste miljoenen jaren van het late Krijt. Klimaatverandering heeft de dinosaurussen dus niet ten val gebracht.”


Fossielen
Gedurende het late Krijt was Noord-Amerika in tweeën gesplitst door een grote binnenzee. In de westelijke helft was er een constante aanvoer van sediment uit de nieuw gevormde Rocky Mountains. En dit zorgde ervoor dat de overblijfselen van overleden dinosaurussen goed bewaard bleven. De oostelijke helft van het continent werd in plaats daarvan gekenmerkt door omstandigheden die veel minder geschikt waren voor fossilisatie. Hierdoor zijn er in de westelijke helft veel meer fossielen van dino’s aangetroffen. Onderzoekers die beweren dat de dino’s vóór de meteorietinslag al in zwaar weer verkeerden, baseren zich dan ook vaak op deze bevindingen.

Deze kaart toont de verdeling van de oppervlaktetemperatuur in het late Krijt, zo’n 76 miljoen jaar geleden. Afbeelding: Alfio Alessandro Chiarenza/ BRIDGE University of Bristol/ GETECH

Verspreiding
Maar volgens de onderzoekers uit de nieuwe studie is dit niet juist. Zij brachten met behulp van ‘ecologische nichemodellering’ de verspreiding van dinosaurussoorten in Noord-Amerika in kaart. Zo modelleerden ze welke omgevingscondities – zoals temperatuur en regenval – elke dinosaurussoort nodig had om te kunnen overleven. Vervolgens stippelden de onderzoekers uit waar deze omstandigheden zich op het continent en in de loop van de tijd voordeden. Hierdoor verkregen ze een beter beeld van waar groepen dinosaurussoorten konden overleven als de omstandigheden veranderden.

Uit de resultaten blijkt dat veel dinosaurussen zich in het late Krijt wijd over het continent hebben verspreid. Maar de meeste hielden zich op in gebieden die minder geschikt waren voor fossilisatie. Daarnaast leefden ze in kleinere gebieden, waardoor er niet over het gehele continent fossielen zijn aangetroffen. “Dinosauriërs waren dus waarschijnlijk niet gedoemd tot uitsterven,” zegt Chiarenza. “Totdat de meteorietinslag het einde van hun heerschappij aankondigde.”