Een uitzichtloos doel? Verre van, zo betogen onderzoekers.

Het was in 2015 een euforisch moment toen 186 landen, die samen goed zijn voor 96,5 procent van de wereldwijde uitstoot, het Parijse klimaatakkoord ondertekenen. Maar die euforie is ondertussen helaas allang verdwenen. Steeds vaker moeten wetenschappers namelijk stellen dat we de afspraken gemaakt in het akkoord niet gaan halen. Toch is niet alle hoop verloren. Want onderzoekers hebben nu in kaart gebracht wat we moeten doen om het aardse klimaat te redden. En dat valt eigenlijk best mee.

Kleine kans
De Parijse klimaattop werd na afloop als een redelijk succes bestempeld. Er rolde namelijk een veelbelovend akkoord uit. De afspraken? De opwarming van de aarde mag in 2100 niet boven de 2 graden Celsius uitkomen. Sterker nog: landen gaan streven naar een opwarming van niet meer dan 1,5 graad Celsius (ten opzichte van pre-industriële temperaturen). Maar in de jaren na het akkoord kwam er niet veel van de toezeggingen terecht. Uit analyse blijkt dat er slechts een klein kansje van 5 procent bestaat dat we erin zullen slagen om de opwarming van de aarde onder die prangende 2 graden Celsius te houden. “Een aantal mensen heeft gezegd dat de emissiedoelstellingen ambitieuzer moeten zijn,” zegt onderzoeksleider Adrian Raftery. “In onze studie zijn we een stap verder gegaan en probeerden de volgende vraag te beantwoorden: hoeveel ambitieuzer moeten die doelstellingen dan precies zijn?”


Emissiereductie
De onderzoekers besloten met behulp van verschillende technieken uit te dokteren welke emissiereducties er precies nodig zijn om de doelstellingen uit het Parijse klimaatakkoord toch te behalen. En de bevindingen klinken misschien iet wat ontmoedigend. Zo blijkt dat we tot wel 80 procent ambitieuzere klimaatdoelen nodig hebben om de opwarming van de aarde onder de 2 graden Celsius te houden. Toch is dit niet geheel uitzichtloos. Want dit vertaalt zich namelijk in een gemiddelde daling van onze emissies van 1,8 procent per jaar – in plaats van 1 procent per jaar. Als we daar volhardend mee doorgaan – ook nadat het Parijse klimaatakkoord in 2030 afloopt – bestaat er een kans van 50 procent dat het ons toch lukt om binnen die 2 graden Celsius opwarming te blijven.

De belangrijkste factor
De onderzoekers kijken in deze studie naar drie factoren die ten grondslag liggen aan de uiteenlopende scenario’s die er zijn omtrent toekomstige uitstoot van broeikasgassen: het aantal mensen op aarde, het bruto binnenlands product per hoofd en de emissie-intensiteit (hoeveelheid CO2 er voor elke dollar aan economische activiteit wordt uitgestoten). Welke van deze factoren is nu het belangrijkst met het oog op de toekomstige opwarming van de aarde? Misschien acht je de omvang van de wereldbevolking belangrijk, maar dan zit je ernaast. Naar verwachting blijft de wereldbevolking groeien, maar die groei heeft een beperkte impact op de toekomstige opwarming van de aarde.. Veel belangrijker is de emissie-intensiteit. Deze neemt de laatste decennia af doordat landen efficiënter gaan produceren en maatregelen treffen om hun uitstoot terug te dringen. De snelheid waarmee die emissie-intensiteit in de komende decennia af blijft nemen, blijkt cruciaal te zijn voor het bepalen van de opwarming waar de aarde in 2100 mee te maken heeft.

Het betekent dat de doelstellingen uit het Parijse Klimaatakkoord dus nog gewoon haalbaar zijn. “Hoewel we op dit moment nog niet op schema liggen om de opgestelde doelen te bereiken, is er niet veel voor nodig om dat wel te doen,” zegt onderzoeker Peiran Liu.

Per land
De onderzoekers bekeken ook per land wat er nodig zou zijn om de opwarming van de aarde tot 2 graden Celsius te beperken. Zo hebben de Verenigde Staten bijvoorbeeld 38 procent ambitieuzere klimaatdoelen nodig. China zou slechts 7 procent ambitieuzere klimaatdoelen moeten omarmen en het Verenigd Koninkrijk – dat al aanzienlijke vooruitgangen heeft geboekt – zou 17 procent ambitieuzere klimaatdoelen nodig hebben. Aan de andere kant hebben landen die beloofd hadden om hun uitstoot van broeikasgassen terug te dringen maar waar de emissies juist stegen – denk aan Zuid-Korea en Brazilië – nu een grotere impuls nodig om de verloren tijd in te halen.


Hoopvol
Het is hoopvol nieuws. Want de studie is een helder lichtpuntje tussen alle eindeloze, negatieve verhalen over uitzichtloosheid. “Tot op zekere hoogte was het discours over het klimaat: ‘we moeten onze levensstijl volledig veranderen’,” zegt Raftery. “Maar in onze studie stellen we dat wat nodig is niet eenvoudig zal zijn, maar wel kwantificeerbaar. De wereldwijde uitstoot met 1,8 procent per jaar verminderen is bovendien niet een astronomisch doel.”

Daarnaast zitten we al op de goede weg. Tussen 2011 en 2015 is de uitstoot in de Verenigde Staten al aanzienlijk gedaald dankzij efficiëntieverbeteringen in industrieën variërend van verlichting tot transport en regelgeving. Ook draagt de huidige pandemie bij aan verandering en zullen we na de coronacrisis mogelijk een blijvende daling van de uitstoot zien. “Als je zegt: ‘het is een ramp en we moeten de samenleving radicaal vervormen’ schep je een gevoel van hopeloosheid,” aldus Raftery. “Maar als we zeggen: ‘we moeten de uitstoot met 1,8 procent per jaar verminderen’, dan is dat opeens een hele andere mentaliteit.”

Meer weten…

…over hoe we er, vijf jaar na het Parijs-akkoord, precies voor staan? Wat is er bijvoorbeeld terecht gekomen van de klimaatdoelen die de wereld zichzelf stelde in 2015? En hebben we in die vijf jaar echt vorderingen gemaakt? Lees er hier meer over!