De Tour de France is het zwaarste sportevenement ter wereld. Wielrenners fietsen drie weken door Frankrijk en mogen slechts twee dagen rusten. Ze trotseren bergen, regen, wind en zon. Volgens Hunter Allen, wielrennercoach, zijn de winnaars van de Tour de France “genetische mutanten”.

“Deze mannen zijn de crème de la crème van de absolute top”, zegt Allen. “En de jongens die winnen? Die zijn genetische mutanten. Echte mutanten. Daar zijn er niet veel van op de planeet.”

Supermensen
De wielrenners zijn geen mutanten als de klokkenluider van de Notre Dame, maar genetische supermensen. Het lichaam van een tourrijder heeft uitzonderlijk goede longen, spieren en hart, die ook nog eens perfect samenwerken. Hierdoor krijgt een tourrijder meer zuurstof binnen, wordt er meer zuurstof in de spieren pompt en kunnen de spieren ook nog eens meer energie halen uit zuurstof.

Gigantische harten
Qua longcapaciteit verschillen Lance Armstrong en een gemiddelde amateur-wielrenner niet zoveel. Toch is de hoeveelheid bloed die een tourrijder bij iedere hartslag door het lichaam pompt veel groter. De harten van professionele wielrenners zijn veertig procent groter dan de harten van mensen zoals u en ik.

VO2max
Ook beenspieren zijn erg belangrijk. Des te meer zuurstof de beenspieren bereiken, des te hoger de VO2max. Iedereen kan zijn VO2max verhogen door te trainen, maar bij sommige mensen het maximum hoger dan bij anderen, bijvoorbeeld bij wielrenners.

Juiste mentaliteit
Goede genen alleen zijn niet genoeg. “Een wielrenner met de juist genen kan niet meedoen aan de Tour de France zonder de juiste training”, beweert wielrencoach Suzanne Atkinson. Ook is de juiste mentaliteit nodig. Een wielrenner wint de tour alleen als zijn hersenen fit genoeg zijn om de klus te klaren. Dit zijn wielrenners die zich bereid zijn om te lijden en die precies weten wanneer ze moeten aanvallen.

Moge de beste genetische machine dit jaar de Tour winnen!