Een Nederlandse atleet die de snelste van ons koude kikkerlandje wil worden, doet er goed aan om in de verzengende hitte van Afrika te gaan trainen. Trainen in de hitte maakt namelijk sneller in de kou. Dat blijkt uit onderzoek. Wielrenners die in een warme kamer trainden, presteerden in de kou maar liefst acht procent beter: ze waren sterker en dus sneller.

Het is nog onduidelijk of de onderzoeksresultaten ook voor amateurs gelden, maar vaststaat dat deze nog aardig wat voeten in de aarde zullen hebben. “Ik denk dat deze studie een grote invloed gaat hebben op de sportwereld,” meent onderzoeker Santiago Lorenzo.

Experiment
Lorenzo verzamelde twintig wielrenners en onderwierp ze aan een test om hun fitheid te meten. Daarna liet hij ze tien dagen lang allemaal uitputtende trainingen ondergaan. Een deel van de groep deed die trainingen in een laboratorium waar het 40 graden Celsius was. De andere groep ging in de ideale temperatuur (12,7 graden Celsius) aan de slag.

Kou
Na tien dagen werd opnieuw de fitheid van de atleten gemeten. Dat deed Lorenzo eerst in een hele warme kamer. Hier scoorden de atleten die dagenlang in de hitte getraind hadden veel beter. Daarna werd de test in een koudere kamer afgenomen. Verbazingwekkend genoeg scoorden de atleten die de hitte gewend waren ook in de kou veel beter: ze waren vier tot acht procent sterker. In een wedstrijd kan dat het verschil maken.

De onderzoekers denken dat atleten die de hitte gewend zijn beter in staat zijn om hun lichaamstemperatuur te controleren. Daardoor kunnen ze ook in de kou net iets verder gaan.