Deze paradox werpt nieuw licht op het eeuwenoude mysterie.

Trekduiven kwamen in de 19e eeuw in grote getalen voor in Noord-Amerika. Zo wordt er geschat dat er zo’n 3 tot 5 miljard rondvlogen. Echter stierven de duiven in rap tempo uit, mede door de jacht van de mens op het dier. Lang is het een mysterie geweest waarom deze soort niet in staat was te overleven, al was het maar in een paar kleine, geïsoleerde populaties.

Grote groepen
Eerder onderzoek suggereerde dat er sprake was van een onstabiele populatie trekduiven die het uitsterven bevorderde. Maar nu komt een andere onderzoeksgroep met nieuwe conclusies. De theorie is dat trekduiven genetisch aangepast waren om te leven in grote groepen, maar niet goed in kleine groepen konden gedijen. De verandering in populatie-omvang voltrok zich zo snel, dat de duif niet in staat was zich aan te passen aan de nieuwe situatie. “Paradoxaal genoeg kan hun enorme populatie een factor in hun uitsterven zijn geweest,” stelt onderzoeker Beth Shapiro.

DNA uit deze opgezette trekduiven uit het Royal Ontario Museum stelden onderzoekers in staat het uitsterven van het dier nogmaals te onderzoeken. Afbeelding: Royal Ontario Museum

Genetische diversiteit
Het team van Shapiro kwam op deze conclusie na het bestuderen van de genetische diversiteit van de trekduif. Hiervoor gebruikten ze DNA dat was teruggevonden in museummonsters. De onderzoekers bevestigen eerdere observaties van opmerkelijk lage genetische diversiteit in de trekduivenpopulatie. Uit de DNA-analyse bleek dat natuurlijke selectie de oorzaak is van deze lage genetische diversiteit in de trekduif. “We vonden aanwijzingen dat natuurlijke selectie een rol speelde in de genetische aanpassingen bij trekduiven en een snellere zuivering van schadelijke mutaties,” zegt Gemma Murray, hoofdauteur van het onderzoek. Deze selectie zorgde ervoor dat de gunstige genen die de duif in staat stelde om te leven in grote groepen, snel door de populatie werden verspreid.

Genen
De onderzoekers vonden 32 genen in de trekduif terug die betrokken zijn bij het overleven in grote groepen. Deze genen stelden de duif in staat om beter om te gaan met ziektes en stress die in grote, dichtbevolkte populaties van nature meer voorkomen. Deze bevindingen bevestigen dat de trekduif genetisch gezien alleen in grote groepen kon overleven. Toen de populatie door toedoen van de mens drastisch kromp, betekende dit het einde voor de trekduif. “Onze bevindingen bevestigen de theorie, en we vinden geen bewijs dat de populatie onstabiel was voordat de kolonisten op hen gingen jagen,” aldus Murray.

De bevindingen hebben belangrijke gevolgen voor de populatiegenetica. Zo wordt over het algemeen aangenomen: hoe groter een populatie is, hoe groter de genetische diversiteit. De onderzoeksresultaten suggereren dus dat dit niet altijd het geval is.