Als een familielid verdrietig is over het verlies van een naaste, dan troost jij hem of haar. Maar ook dieren doen dit. Is dit troostgedrag bij hen aangeleerd sociaal gedrag of troosten zij uit echt uit empathie? Dat laatste, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

Universiteitshoogleraar Frans de Waal aan de Universiteit Utrecht ontdekte in 1979 in Burgers’ Dierenpark dat ook chimpansees elkaar troosten. Later is troostgedrag in een andere vorm dan omarming en kussen waargenomen bij onder meer olifanten en honden. De Waal en zijn Amerikaanse collega’s gebruikten knaagdieren om te achterhalen waarom dieren dit doen.

Volgens de Waal is er overtuigend bewijs gevonden dat het troostgedrag empathisch gedrag is. Zo zijn er overeenkomsten in bepaalde hersenmechanismen bij empathisch gedrag van mensen en troostgedrag van dieren. “Wetenschappers zijn altijd terughoudend geweest in het toeschrijven van empathie aan dieren”, zegt De Waal. “Zij nemen aan dat dieren alleen iets doen voor een soortgenoot uit eigenbelang. Deze verklaring heeft echter nooit goed gewerkt voor troostgedrag. Daarom is dit onderzoek zo belangrijk.”

Een prairiewoelmuis

Een prairiewoelmuis

Prairiewoelmuis troost uit empathie
De Waal en zijn collega’s haalden een koppel prairiewoelmuizen uit elkaar, waarbij het vrouwtje vervolgens werd blootgesteld aan een stressvolle situatie. Na de terugplaatsing bleek het mannetje net zo aangedaan als het vrouwtje. Hij zat tijdens de scheiding gewoon in zijn kooi, maar toch had hij een verhoogde hoeveelheid corticosteron. Dit is een stresshormoon. Dezelfde overdacht van emoties is ook gezien bij mensen. Om het vrouwtje te troosten, begon de mannetjesmuis haar intensief te vlooien.

Opvallend is dat als de oxytocine receptoren in de hersenen van de prairiewoelmuis geblokkeerd worden, dat het mannetje zijn vrouwtje niet troost. Oxytocine wordt bij mensen in verband gebracht met sociale bandvorming en empathie. Dit betekent dat een prairiewoelmuis troost uit empathie en niet omdat het aangeleerd gedrag is.

Prairiewoelmuizen zijn uitstekende proefdieren, omdat ze een levenslange monogame band hebben. Ze zijn heel hecht.

Taboe
“De emoties van dieren zijn wetenschappelijk gezien lang taboe geweest”, zei De Waal ooit in een Scientias.nl-artikel uit 2013. Is dit een reden waarom het mechanisme nu pas is ontdekt? “Ja, dat klopt, er is lang een taboe geweest op emoties en ook was er sprake van een overinterpretatie van empathie”, vertelt onderzoeker Frans de Waal nu aan Scientias.nl. “Psychologen benadrukken graag de cognitieve kant van empathie, namelijk dat iemand zich de situatie van een ander kan voorstellen. Het begint allemaal veel eenvoudiger, met gevoelig zijn voor de lichaamstaal en emoties van de ander. Dat is hoe het begint bij jonge kinderen en dat is wat we hier bestuderen bij knaagdieren. Maar door die cognitieve overinterpretatie is er lang getwijfeld of empathie zelfs wel buiten de mens kon bestaan.”

Het is natuurlijk interessanter om een stapje verder te gaan. Zou dit mechanisme ook bij andere -wellicht nog eenvoudigere – organismen aan te treffen zijn? Dat is even afwachten. De Waal: “Er zijn nu ook onderzoeken met vogels en zelfs eentje met vissen, dus wie weet hoever dit mechanisme reikt.”