Dat is waarschijnlijk een gevolg van het leven in bomen.

In de biologie zijn er een aantal algemene regels die een opvallend patroon beschrijven. Zo is er bijvoorbeeld de regel van Bergmann die stelt dat dieren in koude gebieden meestal groter zijn dan dieren in warme streken. Een mogelijk uitleg voor dit patroon is dat grotere dieren minder huidoppervlak hebben in verhouding tot hun lichaamsvolume. Hierdoor kunnen zij makkelijker warmte vasthouden en dus overleven in koude omstandigheden. Kleinere dieren hebben meer huidoppervlak ten opzichte van hun lichaamsvolume. Deze dieren kunnen makkelijker warmte afgeven en hun lichaamstemperatuur op peil houden in warme omstandigheden. Dat biedt een voordeel in tropische gebieden. De studie van fossielen bracht ook een mogelijke regel aan het licht. De Amerikaanse paleontoloog Edward Drinker Cope merkte op dat evolutionaire afstammingslijnen van dieren vaak groter worden doorheen de tijd. Het precieze mechanisme achter deze regel van Cope is nog onduidelijk en sommige biologen stellen zelfs dat het statistisch artefact is.

Deze figuur laat zien hoe de verhouding tussen oppervlakte en volume steeds groter wordt naarmate de kubus kleiner wordt. Hetzelfde principe geldt voor de lichaamsgrootte van dieren. Een kleinere verhouding maakt het makkelijker om warmte vast te houden terwijl een grotere verhouding voordelig is om warmte af te geven.

Regel van Allen
In een recente studie in het vakblad Global Ecology and Biogeography nam John Alroy (Macquarie University, Australië) een andere biologische regel onder de loep, namelijk de regel van Allen. Deze regel geeft aan dat zoogdieren in koudere klimaten kortere ledematen hebben in vergelijking met tropische dieren. Het mogelijke mechanisme achter dit patroon is gelijkaardig aan dat achter de regel van Bergmann: kortere ledematen resulteren in minder huidoppervlak waardoor dieren in koude gebieden makkelijker warmte kunnen vasthouden. Het omgekeerde vindt plaats in de tropen: langere ledematen breiden het huidoppervlak uit waardoor dieren efficiënter warmte kunnen afgeven en afkoelen.


Analyse
De regel van Allen is al bevestigd voor diverse soorten, maar Alroy vroeg zich af of dit patroon ook standhoudt voor uitgebreide datasets. Daarom verzamelde hij gegevens van 360 kleine zoogdieren (voornamelijk knaagdieren, insecteters en buideldieren). Als de regel van Allen klopt, dan zou er een verband moeten zijn tussen de lengte van de ledematen en de temperatuur. De analyses toonden aan dat dit niet het geval is. De regel van Allen valt dus van zijn voetstuk.

Een Nieuwe Regel?
Alroy ontdekte echter een ander verrassend patroon: tropische zoogdieren hebben langere staarten in vergelijking met dieren in koude gebieden. Waarschijnlijk is dit een gevolg van het leven in de tropische bossen. Dieren gebruiken hun staart vaak als een extra ledemaat tijdens het klimmen in bomen. En een langere staart blijkt ook aerodynamisch voordelig te zijn wanneer dieren van de ene naar de andere tak springen. Aan het einde van de studie schrijft Alroy dat “Allen’s regel vervangen kan worden door een even eenvoudige generalisatie over de relatie tussen staartlengte en breedtegraad.” De regel van Alroy?