Bijna dertig jaar na de kernramp van Tsjernobyl buigen we ons over een belangrijke vraag: is er in de toekomst wel plek voor kerncentrales?

Op 26 april 1986 gaat het mis in de kerncentrale van Tsjernobyl, een stad in het noorden van Oekraïne. In één van de reactoren – kernreactor nummer 4 – wordt een test uitgevoerd en die gaat mis. Er vinden twee explosies plaats en er volgt een brand. In de dagen die volgen, komen grote hoeveelheden radioactieve straling vrij. Door toedoen van een krachtige wind wordt radioactief materiaal over een groot deel van het noordelijk halfrond verspreid. De gebieden die het zwaarst zijn getroffen door radioactieve straling bevinden zich in een straal van ongeveer tien kilometer rond de kerncentrale. Natuurlijk worden er maatregelen getroffen: in de weken die volgen worden de mensen in een straal van 30 kilometer van de kerncentrale geëvacueerd. Al snel blijkt dat het evacuatiegebied te klein is en er nog meer mensen in veiligheid moeten worden gebracht. Uiteindelijk worden naar schatting meer dan 200.000 mensen verplaatst en tot op de dag zijn meer dan 100 dorpen in de omgeving van de kerncentrale onbewoond.

Een verlaten huis in de omgeving van Tsjernobyl. Afbeelding: Elena Filatova.

Een verlaten huis in de omgeving van Tsjernobyl. Afbeelding: Elena Filatova.

Discussie
Komende dinsdag is het exact dertig jaar geleden dat de kernramp van Tsjernobyl plaatsvond. En het zwengelt ongetwijfeld een oude discussie aan: is kernenergie het antwoord op ons energievraagstuk? Kort na een kernramp of wanneer we een kernramp herdenken zal zo’n discussie vaak draaien om een aspect van kernenergie dat velen zorgen baart: de veiligheid.

De gevolgen van Tsjernobyl
Door de explosies en brand in de kerncentrale van Tsjernobyl kwamen 31 mensen om. Hoeveel slachtoffers de radioactieve straling zou eisen, bleef in eerste instantie onduidelijk. In 2005 kwam de Wereldgezondheidsorganisatie met een rapport over de gevolgen van de kernramp van Tsjernobyl. In dat rapport schrijft de organisatie dat naar schatting tot 4000 mensen zullen sterven doordat ze aan radioactieve straling zijn blootgesteld. Het gaat dan met name om mensen die in de dagen direct na de ramp hulp hebben verleend nabij de kerncentrale. Tot half 2005 waren er 50 sterftegevallen bekend waarvan onomstotelijk bewezen was dat ze het gevolg waren van de radioactieve straling die bij de kernramp vrijkwam. Verder schrijft de Wereldgezondheidsorganisatie dat 4000 kinderen en jongvolwassenen door toedoen van de straling schildklierkanker hebben opgelopen: de meesten zijn echter hersteld, negen van deze mensen zijn overleden. Het zijn indrukwekkende cijfers die met name laten zien hoe verstrekkend de gevolgen kunnen zijn als er in een kerncentrale iets mis gaat. En het zijn ook die cijfers die vaak worden aangehaald door tegenstanders van kernenergie.

‘Kernenergie redt levens’

Wetenschappers stelden in 2013 dat kernenergie al 1,84 miljoen doden voorkomen heeft. De wetenschappers wezen erop dat kernenergie aanzienlijk minder luchtvervuiling – dat tot tal van gezondheidsproblemen kan leiden – oplevert dan de verbranding van fossiele brandstoffen. Hun berekeningen laten zien dat kernenergie wereldwijd 1,84 miljoen aan luchtvervuiling gerelateerde doden voorkomen heeft.

Risico-analyses
Maar we moeten eerlijk zijn: hoe erg ook, ongelukken met kernreactoren zijn gelukkig zeldzaam. Fysicus Bernard L. Cohen, verbonden aan de universiteit van Pittsburgh, merkt op dat er tegenwoordig voor elke kerncentrale een risico-analyse wordt gemaakt en de resultaten vaak als volgt zijn: een meltdown kan één keer in de 20.000 jaar verwacht worden, in 2 op de 3 meltdowns zullen geen doden vallen, in 1 op de 5 zouden er meer dan 1000 doden vallen en in 1 op de 100.000 zouden er 50.000 doden vallen. “Het gemiddelde voor alle meltdowns is 400 doden. Aangezien luchtvervuiling door verbranding van kolen naar schatting 10.000 doden per jaar veroorzaakt, zouden er 25 meltdowns per jaar plaats moeten vinden, wil kernenergie net zo gevaarlijk zijn als de verbranding van kolen (zie ook kader, red.),” zo schrijft hij. Het zijn fraaie risico-analyses, maar als bewoner van Tsjernobyl heb je daar natuurlijk geen boodschap aan. Dan geldt: het zal je – ondanks die fraaie risico-inschatting – maar gebeuren.

Tegenwoordig is het mogelijk om Tsjernobyl te bezoeken. Deze toerist maakt van die mogelijkheid gebruik. Afbeelding: D. Markosian (via Wikimedia Commons).

Tegenwoordig is het mogelijk om Tsjernobyl te bezoeken. Deze toerist maakt van die mogelijkheid gebruik. Afbeelding: D. Markosian (via Wikimedia Commons).

Kernafval
Kernenergie brengt veiligheidsrisico’s met zich mee. Die risico’s zijn in vergelijking met andere energiebronnen misschien beperkt, maar dringen zich tijdens kernrampen wel aan ons op. Want een kernreactor is in tegenstelling tot bijvoorbeeld luchtvervuiling, geen sluipmoordenaar: in één keer kunnen heel veel mensen sterven of het risico lopen later in hun leven ernstig ziek te worden. “De zorgen over de veiligheid zijn natuurlijk terecht. Dat geldt voor alle technologieën die risico’s met zich meebrengen voor de volksgezondheid,” vindt dr. Eugene Shwageraus, verbonden aan het Nuclear Energy Centre van de universiteit van Cambridge. “Maar we gebruiken deze technologieën toch en accepteren de risico’s, omdat we denken dat de voordelen daar tegenop wegen. Het probleem is dat mensen intuïtief aannemen dat de risico’s die nucleaire energie en straling met zich meebrengen veel groter zijn dan in werkelijkheid het geval is.” En dat leidt tot angst die onterecht is. Maar behalve veiligheidsrisico’s en onterechte angstgevoelens heeft kernenergie nog meer nadelen. Het radioactieve kernafval, bijvoorbeeld. Daarnaast zijn kerncentrales niet goedkoop om te bouwen en onderhouden.

De kerncentrale in Borssele. Naar verwachting zal deze nog tot 2033 open blijven. Afbeelding: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

De kerncentrale in Borssele. Naar verwachting zal deze nog tot 2033 open blijven. Afbeelding: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Broze toekomst
In de jaren ’50 en ’60 werd kernenergie met name in westerse landen nog sterk bejubeld om dat ene, grote voordeel dat ze hebben: ze kunnen enorm veel energie leveren. Maar het tij is gekeerd, ongetwijfeld geholpen door de kernrampen van Tsjernobyl en recenter Fukushima. “Alle kernreactoren op uranium leveren samen sinds enkele jaren een licht dalende hoeveelheid stroom,” vertelt Aviel Verbruggen, energie- en milieu-econoom aan de universiteit van Antwerpen en lid van het Intergovernmental Panel on Climate Change aan Scientias.nl. “Dit komt door de veroudering en uit dienst neming van de oudste en van de slecht functionerende centrales. Vervangende capaciteit komt zeer traag tot stand. In de VS is de ambitie op nucleair gebied minimaal. In de EU zijn er enkele landen hevig voorstander, maar hun gestarte projecten in Finland en Frankrijk met de EPR (European Pressurized Reactor), hebben zeer grote vertraging en de bouwkosten zijn verdubbeld tot verdrievoudigd. De aangekondigde plannen in het Verenigd Koninkrijk lijken te stranden in de zeer hoge (nog maar) voorziene bouwkosten van de reactoren. Japan is nog niet klaar met de heropstart van de overblijvende reactoren na de Fukushima-ramp. China is nog steeds van plan een divers en omvangrijk nucleair programma te ontwikkelen. Zuid-Korea ziet in nucleaire energie een bewijs van de industriële capaciteit en autonomie van de natie. Het beeld is verscheiden, maar de tendens is dalend. Dat vele landen met een langere ervaring met atoomenergie (bijvoorbeeld de VS, Duitsland) de technologie nu wantrouwen en uit faseren, en dat een zwaar accident in bijvoorbeeld een Europese centrale terug een knauw in de geloofwaardigheid zal geven, maken de toekomst van de vloot kernreactoren erg broos.”

“Ik twijfel er niet aan dat nucleaire energie nog decennialang deel gaat uitmaken van de energiemix”

Hernieuwbare brandstoffen
We bevinden ons momenteel in een energietransitie: fossiele brandstoffen worden langzaam maar zeker naar de achtergrond verdreven en nieuwe bronnen van energie winnen terrein. Velen zijn het erover eens dat het tijd wordt om afscheid te nemen van fossiele brandstoffen en te kiezen voor energiebronnen die minder belastend zijn voor milieu en klimaat, denk aan wind, water en zon. Maar is in die toekomstige energiemix ook plek voor de kernreactor? Shwageraus denkt van wel. “Ik twijfel er niet aan dat nucleaire energie nog decennialang deel gaat uitmaken van de energiemix. Klimaatverandering is een echt en urgent probleem. We hebben geen bewijs meer nodig dat het klimaat verandert en we moeten snel handelen, veel sneller dan we nu doen. Nucleaire energie heeft zijn tekortkomingen, maar die hebben de alternatieven ook.” Hij wijst ons op een calculator, ontwikkeld door de inmiddels overleden professor David McKay. Met de calculator kun je een koolstofvrije toekomst simuleren. “De wiskunde achter deze calculator is heel simpel en transparant. Iedereen kan proberen een koolstofvrije toekomst te creëren en zelf zien dat het bestrijden van klimaatverandering zonder nucleaire energie praktisch onmogelijk is.” Verbruggen ziet dat heel anders. “Door de zeer snelle technologieverbetering en kostenverlaging van belangrijke hernieuwbare technieken, is het vandaag op de beste plaatsen en morgen op alle plaatsen op aarde, mogelijk stroom uit de omgeving te winnen tegen een lagere kWh prijs dan alle andere opties die we dusver kennen en gebruiken.” Hij benadrukt dat diverse landen al hebben laten zien dat ze best met minder of zelfs zonder kernenergie uit de voeten kunnen. “Duitsland toont duidelijk dat kernenergie misbaar en vervangbaar is via een sterk industrieel-economisch beleid voor de ontwikkeling en ontplooiing van hernieuwbare stroom. De Duitse huishoudens hebben de mensheid en het klimaat een ongelooflijk grote dienst bewezen door de technologische vooruitgang van de zon- en windstroom te bekostigen. Japan (als eiland!) heeft na de Fukuskima-ramp getoond dat alle nucleaire centrales misbaar zijn, ook al betekent dit een resem ingrepen om de vraag te beheersen en alternatieven te ontwikkelen.”

Verrijkt uranium.

Verrijkt uranium.

Dag, kernenergie!
De meningen over de toekomst van kernenergie zijn dus verdeeld. Maar stel nu dat we er echt afscheid van gaan nemen. Wat zijn dan de alternatieven wanneer je in gedachten houdt dat we tegelijkertijd streven naar een koolstofneutrale toekomst? Shwageraus erkent dat er verschillende mogelijkheden zijn, maar dat al die mogelijkheden hun technologische beperkingen hebben. En de vraag is of we die beperkingen op tijd kunnen verhelpen. “Hernieuwbaar, CO2-afvang en -opslag of een combinatie van die twee. Het op grote schaal gebruiken van hernieuwbare energiebronnen wordt momenteel beperkt door de beschikbare technologieën om energie op te slaan.” Die technologieën bestaan niet of zijn beperkt en bovendien zeer prijzig. “De afvang en opslag van CO2 is nog niet zo’n volwassen technologie dat deze met het oog op de tijd die we nog hebben om de planeet te redden een significante rol kan spelen. Dus ja, een voorspoedige en schone toekomst zonder nucleaire energie is in mijn optiek onmogelijk.” Naast hernieuwbare energie en CO2-afvang en -opslag wordt ook een variant van kernenergie als veelbelovend gezien: de gesmoltenzoutreactor: een reactor die schoner en veiliger is dan de traditionele uranium-reactor. Shwageraus is enthousiast: “Gesmoltenzoutreactoren zijn een geweldig idee.” Hij wijst erop dat de reactoren veiliger en schoner zijn dan de traditionele kernreactoren op basis van uranium. “Maar degenen die geloven dat de gesmoltenzouttechnologie er bijna is en we morgen kunnen beginnen met het bouwen van deze reactoren, moet voorzichtiger zijn.” Hij onderschrijft daarmee wat onderzoeker Jan Leen Kloosterman eerder al aan Scientias.nl vertelde. Kloosterman stelde dat het nog zeker 20 tot 30 jaar kan duren voor de gesmoltenzoutreactor de energiewereld op zijn kop zet: “Het heeft zijn tijd nodig.” Maar net als Shwageraus denkt hij wel dat er in de toekomst ruimte is voor deze vorm van kernenergie. “Persoonlijk zie ik het als een nieuwe start van kernenergie.” Verbruggen denkt er heel anders over: “In plaats van overheidsgeld te stoppen in verdere nucleaire propaganda, lijkt me de opmaak van een nucleair blunderboek sinds Hiroshima-Nagasaki een zinvollere besteding.”

En zo blijft kernenergie zelfs onder mensen die van de hoed en de rand weten een discussiepunt. En dat is ook zeker niet erg, zolang we ons in die discussie maar door de feiten laten leiden. Maar dat blijkt lastig. Emoties spelen een rol. En wat ook niet helpt is dat de belangen aan beide zijden van de discussie groot zijn en er tot op de hoogste niveaus druk gelobbyd wordt. Als lid van het IPCC ziet Verbruggen dat naar eigen zeggen van heel dichtbij gebeuren. En uit die wirwar van belangen, emoties en feiten moet met het oog op de staat van onze planeet toch snel een heldere toekomstvisie rollen. Of in die toekomstvisie plek is voor kernenergie? De tijd zal het leren.