Door af te kijken van soortgenoten op de televisie weten de vogeltjes bijvoorbeeld welke lekker ogende hapjes ze toch beter kunnen mijden.

Televisiekijken kan best leerzaam zijn. Ook voor vogels, zo bewijzen onderzoekers in een nieuwe studie. Door video’s van etende soortgenoten te bekijken, kunnen koolmezen en pimpelmezen leren welk voedsel mogelijk giftig is of vies smaakt. En op die manier verhogen de vogels hun eigen overlevingskans, evenals die van hun onfortuinlijke prooien.

Insecten
Veel insectensoorten zoals lieveheersbeestjes, vuurwantsen en grote beervlinders zien er vrij opvallend uit. Maar hoe lekker ze er ook voor vogels uitzien, ze smaken erg bitter en hebben bovendien een chemische afweer ontwikkeld om roofdieren af te schrikken. Toch leren vogels deze insecten vaak pas te mijden nadat ze er zelf een keer in zijn gestonken. “Opvallende waarschuwingskleuren en verdedigingsmechanismen van insecten werken pas nadat roofdieren deze signalen hebben leren associëren met die vieze smaak,” legt Liisa Hämäläinen uit. “Daarom zijn deze insecten vaak een makkelijk doelwit voor naïeve vogels.”


Een koolmees (links) en pimpelmees (rechts). Afbeelding: ataba, Adobe Stock images

In een nieuwe studie vroegen de onderzoekers zich af of vogels mogelijk ook van elkaar kunnen leren over wat ze beter wel en niet kunnen eten. Koolmezen en pimpelmezen foerageren bijvoorbeeld samen, waardoor deze vogeltjes de mogelijkheid hebben om van elkaar af te kijken. Om dit nader te bestuderen, verzamelden de onderzoekers een aantal kool- en pimpelmezen. Vervolgens lieten ze hen een video zien waarin een koolmees of pimpelmees aan het eten was. De op tv getoonde ‘prooi’ bestond uit amandelschilfers die in een wit zakje waren gestopt. Sommige zakjes met amandelschilfers waren echter gedrenkt in een bitter smakende substantie. Een kruissymbool op het zakje gaf aan dat de inhoud lekker smaakte, een vierkantje betekende het tegenovergestelde.

Vies
Wanneer één van de op video vastgelegde vogels zich te goed had gedaan aan de bitter smakende amandelschilfers, was dit duidelijk te zien. “Vogels vertonen vaak een ‘walgingsreactie’ nadat ze iets onaangenaams hebben gegeten,” vertelt Hämäläinen aan Scientias.nl. “Dit houdt in dat ze hun bek schoonvegen en met hun hoofd schudden. Op die manier proberen de vogels zich te ontdoen van de vieze smaak (bekijk ook de video hieronder, red.).” Maar zou dit de tv-kijkende koolmezen en pimpelmezen ook zijn opgevallen? Om dit na te gaan, kregen de observerende vogeltjes de twee zakjes met amandelschilfers zelf voor hun neus. En jawel, zowel de koolmezen als de pimpelmezen aten minder uit de zakjes die bij de vogels uit de video’s een walgingsreactie hadden opgewekt.


Bekijk in deze video een koolmees die een walgingsreactie vertoont na het eten van bitter smakende amandelschilfers.


Leren
De bevindingen uit de studie wijzen er op dat koolmezen en pimpelmezen prima schijnen op te letten als de televisie aanstaat. “Ook in eerdere studies met koolmezen en pimpelmezen hebben onderzoekers video’s afgespeeld, dus we hadden al wel gedacht dat de vogeltjes er aandacht aan zouden besteden,” zegt Hämäläinen. “Destijds bleek echter dat koolmezen beter waren in het leren van andere vogels dan pimpelmezen. We waren daarom best verrast toen we ontdekten dat pimpelmezen eigenlijk net zo veel van de video’s hadden geleerd als koolmezen.”

Nuttig
De onderzoekers vonden wel een opvallend verschil. Zo blijkt dat pimpelmezen er meer van oppikten als ze naar etende soortgenoten keken, terwijl het voor koolmezen niet uitmaakt of ze naar een soortgenoot, of een pimpelmees keken. De bevindingen zijn hoe dan ook interessant. Want het betekent dat de vogeltjes elkaar dus kunnen helpen in het maken van betere voedselkeuzes. “Door naar andere te kijken kunnen ze snel en veilig leren welke prooi het beste is om te eten,” vertelt Hämäläinen. “Dit scheelt tijd en bovendien hoeven ze minder energie te investeren in het proberen van verschillende prooien.” In plaats van te leren door vallen en opstaan, kunnen de vogels dus al een stapje overslaan en elkaar als voorbeeld gebruiken. En dat is belangrijk. Zeker ook aangezien ze het merendeel zelf moeten uitzoeken en bijvoorbeeld maar vrij weinig van hun ouders meekrijgen. “Sommige voedselkeuzes worden al heel vroeg door ouders aangeleerd,” legt Hämäläinen uit. “Maar deze voederperiode is relatief kort – ongeveer een maand – en welk voedsel aanwezig is hangt ook maar net van het seizoen of de locatie af. Jonge vogels zullen daarom pas op latere leeftijd veel nieuwe prooidieren tegenkomen. En sociale informatie van andere vogels over voedsel kan in deze situaties heel nuttig zijn.”

Met de studie hebben de onderzoekers aangetoond dat koolmezen en pimpelmezen zowel van hun eigen soort, als van de ander kunnen leren door hen te observeren. Maar hoe dit precies in het wild gaat, weten de onderzoekers niet. “Onze volgende stap is om te bestuderen hoe vogels in het wild belangrijke lessen over voedsel leren,” zegt Hämäläinen. “We hebben in de huidige studie aangetoond dat vogels in gevangenschap van elkaar leren. Maar de situatie in de vrije natuur is waarschijnlijk vele malen complexer, aangezien vogels gemixte groepjes kunnen vormen en positieve en negatieve ervaringen van veel verschillende soorten vogels waarnemen.”