sterrenhoop

Veel sterren zijn bendeleden. Ze wonen in dichtbevolkte sterrenclusters, waar ze de beperkte ruimte delen met andere sterren. Een chaotische omgeving, waar planeten het niet altijd even makkelijk hebben. Toch ontdekten wetenschappers met NASA’s Kepler-telescoop twee exoplaneten bij twee zonachtige sterren in de open sterrenhoop NGC 6811.

In een sterrenhoop leven honderden, duizenden of soms zelfs tienduizenden sterren dicht bij elkaar. De sterren in zo’n sterrenhoop ontstaan vaak tegelijkertijd, waardoor er in een relatief korte periode veel krachtige, stellaire winden door de interstellaire ruimte razen. Hierdoor wordt veel gas rondom sterren weggeblazen. En dat terwijl gas nodig is om planeten te bouwen.

“De omgeving rondom sterren in clusters is anders dan het gebied rondom de zon en andere solitaire sterren”, vertelt hoofdonderzoeker Soren Meibom van het Harvard-Smithsonian Centrum voor Astrofysica. “Lange tijd dachten we dat het erg moeilijk zou zijn voor planeten om zich te vormen in drukke clusters. Deels kwam dit omdat we lange tijd geen exoplaneten in sterrenhopen konden vinden.”

Waarom bevindt onze zon zich niet in een cluster?

Sommige sterren ontstaan in grote, dichte gaswolken, terwijl andere sterren in kleinere wolken worden geboren. Onze zon is in zo’n kleine wolk geboren. Dit soort groepen vallen vaak snel uit elkaar, in tegenstelling tot grote gaswolken.

Kleiner dan Neptunus
De twee ontdekte exoplaneten zijn iets kleiner dan Neptunus. Zij bevinden zich in NGC 6811. Deze open sterrenhoop is ongeveer één miljard jaar oud en bevindt zich op een afstand van 4.000 lichtjaar bij ons vandaan.

Overgang
De wetenschappers ontdekten de twee exoplaneten, omdat zij zich voor de ster langs bewogen. Dit wordt in de astronomie een overgang genoemd. Het is de eerste keer dat wetenschappers twee clusterplaneten op deze manier ontdekken. Ook zijn het de kleinste clusterplaneten ooit gevonden.

Kosmische extremofielen
“Deze planeten zijn kosmische extremofielen”, zegt Meibom. “Deze vondst toont aan dat kleine planeten kunnen ontstaan in een sterrencluster. Daarnaast zijn zij in staat om minimaal één miljard jaar te overleven in een chaotische en vijandige omgeving.”