dino1

Wetenschappers hebben in een Canadees museum twee nieuwe dinosaurussoorten ontdekt. De fossiele resten van de dino’s lagen er al zo’n 75 jaar opgeslagen, maar de dinosaurussen werden onterecht voor soorten aangezien die de wetenschap reeds bekend waren.

Onderzoeker Nick Longrich bestudeerde de fossiele resten van twee gehoornde dinosaurussen die in het Canadese museum lagen opgeslagen. Al snel bleek uit zijn analyse dat het om twee nieuwe soorten ging. “We dachten dat we de meeste soorten wel ontdekt hadden, maar het blijkt dat er nog veel onontdekte dinosaurussen zijn,” stelt hij.

Pentaceratops
Eén van de nieuwe dinosaurussoorten behoort tot de Pentaceratops en heeft de naam Pentaceratops aquilonius gekregen (zie afbeelding hierboven). De Pentaceratops is verwant aan de Triceratops, maar ietsje kleiner. De dino’s hadden lange, bruine hoorns en waren ongeveer zo groot als een buffel. Aan het eind van het Krijt kwamen de Pentaceratops veelvuldig in Noord-Amerika voor. P. aquilonius doet denken aan de P. sternbergii uit Nieuw-Mexico, maar is iets primitiever en kleiner.

Kosmoceratops
De andere nieuwe dinosaurussoort lijkt een nieuwe soort Kosmoceratops te zijn. Deze dinosaurussen leefden in Utah. Meer (complete) fossiele resten zijn nodig om er zeker van te zijn dat het om een Kosmoceratops gaat.

Andere verspreiding
Uit het onderzoek blijkt maar weer eens dat de diversiteit onder de dinosaurussen veel groter was dan gedacht. “De verspreiding van dinosaurussoorten was heel anders dan we van moderne dieren gewend zijn. Onder de moderne dieren zijn er relatief weinig grote soorten en deze hebben een groot leefgebied. In het geval van de dinosaurussen die in het Krijt leefden, zien we heel veel verschillende soorten in één leefgebied. Ze zijn ook vrij regionaal: als je van het ene habitat naar het andere reist, kom je totaal andere soorten tegen.”

Op de vraag hoe het kan dat de verspreiding van dinosaurussoorten zo anders is dan de verspreiding van moderne zoogdieren heeft Longrich geen eenduidig antwoord. “Het kan dat zoogdieren intelligenter zijn en dat hun gedrag flexibeler is en dat ze hun gedrag aan hun habitat aanpassen. Aan de andere kant moesten dinosaurussen zich misschien fysiek aan verschillende leefgebieden aanpassen en is dat de reden dat er zoveel verschillende soorten zijn.”