Franse wetenschappers hebben twee nieuwe koloniën keizerpinguïns ontdekt op de Zuidpool. De koloniën tellen zo’n 6000 jonge pinguïns en daarmee zijn er ongeveer drie keer meer pinguïnparen op de Zuidpool dan wetenschappers altijd dachten.

De onderzoekers vonden de pinguïns op ijs rond de Mertz-gletsjer. Het idee dat zich hier onbekende groepen pinguïns zouden ophouden, ontstond al in 1999. Toen zagen onderzoekers duizenden keizerpinguïns naar en uit het gebied komen. In 2009 bevestigden waarnemingen vanuit de ruimte de vermoedens toen sporen van de pinguïns in het gebied werden aangetroffen. Maar in 2010 brak er een groot stuk van de gletsjer af en moesten de pinguïns wel verhuizen. En dus waren de onderzoekers weer terug bij af. Na dertien jaar onderzoek hadden ze de pinguïns nog steeds niet in het echt gezien en nu gingen de pinguïns weer verkassen.

Gevonden!
Franse wetenschappers lieten het er echter niet bij zitten en trokken er met een schip en helikopter op uit. Met succes! Ze hebben de pinguïns nu gevonden. Ze ontdekten dat de pinguïns zich op zeeijs nabij de Mertz-gletsjer opnieuw proberen te settelen.

WIST U DAT…

…in de prehistorie pinguïns van wel 1,27 meter hoog leefden?

Twee groepen
De groep heeft zich nadat de gletsjer een flink stuk ijs is verloren, in tweeën gesplitst. De onderzoekers troffen één kolonie met 2000 jongen aan. En vijftien kilometer verderop vonden ze een kolonie met 4000 jonge pinguïns.

Keizerpinguïns brengen elk jaar één jong groot. Dat er nu twee kolonieën met in totaal 6000 jongen zijn gevonden, is goed nieuws. Het betekent dat op de Zuidpool zo’n 8500 paartjes leven: ongeveer drie keer meer dan wetenschappers altijd dachten.