En dat kan leiden tot meer smelt en een snellere zeespiegelstijging.

Tot die voorzichtige voorspelling komen onderzoekers in het blad Annals of Glaciology. Ze baseren zich op radargegevens die in 2004, 2012 en 2014 zijn verzameld. De gegevens onthullen wat er kilometers onder het oppervlak van gletsjers allemaal gebeurt.

Radar
Het onderzoek richtte zich op de snelst smeltende gletsjer die Antarctica rijk is – de Pine Island-gletsjer – en zijn omgeving. En de resultaten zijn zorgwekkend. Zo blijkt uit de radargegevens dat warm oceaanwater de Pine Island-gletsjer van onderaf aantast. Dat is op zichzelf niets nieuws. Maar wat de radargegevens laten zien, is dat dat tot wel twaalf kilometer dieper landinwaarts gebeurt dan eerdere observaties suggereerden.

Thwaites
Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat de smelt van de Pine Island-gletsjer wel eens van invloed kan zijn op een andere grote gletsjer in de buurt: de Thwaites-gletsjer. De twee gletsjers worden van elkaar geschieden door een diep ijskanaal dat de Pine Island-gletsjer voedt. “Als dit ijs zich terugtrekt en ook smelt door toedoen van warm oceaanwater, kan dat ervoor zorgen dat de smelt onder Pine Island zich verspreidt naar Thwaites,” legt onderzoeker Dustin Schroeder uit. Als dat gebeurt, zal er meer smeltwater vrijkomen, waardoor beide gletsjers een grotere bijdrage gaan leveren aan de zeespiegelstijging.

De Pine Island-gletsjer raakte in september een flink stuk ijs kwijt. De ijsberg viel echter al snel uiteen, zo laat ook deze foto – die een maand na afkalving werd gemaakt – zien. Afbeelding: NASA Earth Observatory / Jesse Allen op basis van Landsat-data van het U.S. Geological Survey.

De Pine Island-gletsjer kwam eind vorig jaar nog in het nieuws, doordat een 267 vierkante kilometer grote brok ijs loskwam van de gletsjer. Hoewel het loskomen van grote brokken ijs een natuurlijk proces is, maken onderzoekers zich toch zorgen over de gletsjer. Normaal gesproken ontstaan scheuren in gletsjers namelijk nabij de rand, waar het ijs dun is. Maar de laatste jaren zien we dat scheuren op grotere afstand van de gletsjertong ontstaan, waardoor dus ook grotere stukken ijs los kunnen komen. Ook dat wordt weer toegeschreven aan warm oceaanwater dat de gletsjer van onderaf aan zou tasten.