Beide planeten trekken als een stofzuiger een spoor in de planeetvormende schijf rond de ster.

PDS 70 bevindt zich op een afstand van 370 lichtjaar van de aarde vandaan en is nog erg jong: deze is slechts zes miljoen jaar oud. De ster is iets kleiner dan onze zon en wordt omgeven door twee schijven van gas en stof. Vorig jaar ontdekten onderzoekers dat PDS 70 wordt vergezeld door een babyplaneet; PDS 70 b. En nu zijn astronomen erachter gekomen dat er uit de stofschijf nog een planeet is geboren: PDS 70 c.

Meervoudig exoplaneetsysteem
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een directe afbeelding gemaakt van de twee exoplaneten. Het is pas het tweede meervoudige exoplaneetsysteem dat direct gefotografeerd is. Het is trouwens de eerste waarbij de planeten nog steeds materiaal verzamelen en groeien. De twee exoplaneten draaien rondjes tussen de twee schijven in. Zo hebben ze als het ware een pad schoongeveegd en de grote schijf in tweeën gehakt.


Hoe is de nieuwe planeet gedetecteerd?
De onderzoekers detecteerden de nieuwe babyplaneet met behulp van de MUSE-spectrograaf op de Very Large Telescope (VLT). Deze spectrograaf – die mede door Nederland is ontwikkeld – is een enorm stabiel instrument met een lange sluitertijd. Hierdoor kan deze zeer lichtzwakke objecten waarnemen. Het instrument is oorspronkelijk ontwikkeld om zwakke sterrenstelsels in het vroege heelal te bestuderen.

De twee exoplaneten
PDS 70 b staat het dichtst bij de ster in de buurt: deze is ongeveer 3 miljard kilometer van zijn moederster verwijderd, vergelijkbaar met de baan van Uranus in ons zonnestelsel. De planeet is ongeveer 4 tot 17 keer zo zwaar als Jupiter. De buitenste planeet – PDS 70 c – draait op ongeveer 5 miljard kilometer om zijn ster, vergelijkbaar met de afstand van Neptunus tot onze zon. Deze planeet is ongeveer 1 tot 10 keer zo zwaar als Jupiter.

Omlooptijden
Beide planeten hebben een hele bijzondere verhouding in omlooptijden. In de tijd dat planeet b namelijk twee rondjes rond de ster heeft voltooid, maakt planeet c er één. Sommige sterrenkundigen geloven dat een vergelijkbare vorm van baanresonantie tussen Jupiter en Saturnus ook een rol heeft gespeeld in het ontstaan van ons planetenstelsel. Dit wordt ook wel de ‘grand tack hypothese’ genoemd. Deze theorie gaat ervan uit dat Jupiter in het begin van zijn bestaan onder invloed van Saturnus een omtrekkende, laverende beweging maakte; eerst richting de zon en daarna weer naar buiten.

De ontdekking van de exoplaneten in hun stofschijven is best bijzonder. Zo hebben onderzoekers tientallen stofschijven met gaten rond sterren waargenomen, maar nooit eentje ontdekt waar de bijbehorende planeten zichtbaar waren. In de toekomst hopen ze meer exoplaneten in stofschijven te ontmaskeren. En natuurlijk nog meer planeten te vinden die nog in hun groeifase zitten. Zo kunnen wetenschappers namelijk beter gaan begrijpen hoe planeten precies ontstaan en zich ontwikkelen.