De meesten van ons gebruiken het liefst de rechterhand om te schrijven, te eten en te sporten. Maar er is een kleine groep mensen die geen voorkeur heeft en zowel de linker- als rechterhand kan gebruiken. Uit een nieuw onderzoek blijkt dat het gebrek aan voorkeur ook grote gevolgen heeft voor de emoties: zo zijn tweehandigen veel gemakkelijker emotioneel te beïnvloeden.

De onderzoekers verzamelden een grote groep mensen. Een deel van de proefpersonen was rechtshandig en de andere groep was tweehandig. De wetenschappers gaven de proefpersonen de opdracht om te denken aan iets wat ze gelukkig, verdrietig of boos maakte. Terwijl de proefpersonen daarmee bezig waren, werden er verschillende soorten klassieke muziek afgespeeld.

Moeilijk
De mensen die tweehandig waren, hadden veel meer moeite om enkel te denken aan iets wat ze gelukkig, verdrietig of boos maakte. De kans dat zij tijdens het experiment (mede door de muziek) in een heel andere stemming vervielen, was veel groter dan bij de rechtshandigen.

Hersenbalk
Dat wijst erop dat de tweehandigen veel gemakkelijker emotioneel te beïnvloeden zijn. Volgens de onderzoekers zegt de voorkeur voor de linker- en/of rechterhand iets over de organisatie van ons brein. Mensen die zowel links als rechts zijn, hebben vaak een grotere hersenbalk. Daarmee zijn ze in staat om snel te schakelen tussen de twee hersenhelften.

Waarschijnlijk verklaart die grotere hersenbalk ook waarom de tweehandige mensen zo gemakkelijk emotioneel te beïnvloeden zijn. De wetenschap gaat ervan uit dat de linkerhersenhelft er alles aan doet om een consistent beeld van de wereld te krijgen. De rechterhersenhelft heeft als taak het detecteren van afwijkingen en geeft de linkerhersenhelft een seintje als het tijd wordt voor een update van dat consistente wereldbeeld. Als die twee hersenhelften door de grotere hersenbalk heel goed en gemakkelijk kunnen communiceren, is het logisch dat mensen daardoor gemakkelijker te beïnvloeden zijn, zo concludeert onderzoeker Ruth Propper. “Meer toegang tot het deel van het brein dat betrokken is bij het opmerken van dingen die niet kloppen, vergroot de kans dat je je bedenkt.”