Waaronder de dichtstbijzijnde en helderste radioflitsen die tot op heden zijn waargenomen.

Australische onderzoekers hebben met de CSIRO-radiotelescoop de bronnen van twintig snelle radioflitsen gevonden. Hiermee verdubbelen ze bijna het aantal bronnen van radioflitsen dat wereldwijd is gedetecteerd sinds de ontdekking van radioflitsen in 2007. Tussen de twintig nieuwe radioflitsen bevindt zich onder meer de dichtstbijzijnde en helderste radioflits die ooit is waargenomen. De bevindingen zijn terug te lezen in het tijdschrift Nature.

Over radioflitsen
Snelle radioflitsen zijn heel krachtige pulsen radiostraling die hooguit enkele milliseconden aanhouden en hun oorsprong vinden in afgelegen sterrenstelsels. Hoe ze precies ontstaan, weet niemand. Wel weten we dat ze enorme hoeveelheden energie vrijgeven: vergelijkbaar met wat de zon in tachtig jaar tijd genereert.

FRB 121102
De eerste radioflits werd zoals gezegd in 2007 ontdekt. Sindsdien werden er nog veel meer snelle radioflitsen gevonden. En nu vinden onderzoekers dus twintig nieuwe bronnen van radioflitsen. Het is echter erg lastig om deze goed te onderzoeken, omdat de meeste bronnen van de mysterieuze radioflitsen maar één keer van zich laten horen. Alleen bron FRB 121102 vormt hierop een uitzondering. Deze heeft namelijk herhaaldelijk snelle radioflitsen afgegeven. Zo maakten onderzoekers onlangs nog bekend dat ze maar liefst 72 nieuwe radioflitsen vonden, die allemaal van deze bron afkomstig zijn.

Universum
De ontdekking van de twintig radioflitsen is niet het enige dat de onderzoekers voor elkaar hebben gekregen. “Met behulp van de Australia Square Kilometer Array Pathfinder (ASKAP), hebben we ook kunnen aantonen dat de snelle radioflitsen van de andere kant van het universum afkomstig zijn en niet uit onze eigen galactische buurt,” zegt eerste auteur Ryan Shannon.

Reizen
De radioflitsen reizen miljarden jaren door het universum en passeren zo nu en dan wolken van gas. “Uiteindelijk bereikt de radioflits onze aarde met een spreiding van golflengten die op iets andere tijdstippen bij de telescoop arriveren, vergelijkbaar met zwemmers bij een finishlijn,” legt onderzoeker Jean-Pierre Macquart uit. De timing van de aankomst van de verschillende golflengten vertellen hoeveel materiaal de radioflits tijdens zijn reis tegen is gekomen. “Dit kunnen we gebruiken om alle materie die zich in de ruimte tussen sterrenstelsels bevindt, te ontdekken,” zegt Macquart.

Dat we nu weten dat radioflitsen van ver komen, is al een hele stap vooruit. Toch weten we nog steeds niet waardoor radioflitsen ontstaan en van welke sterrenstelsels ze afkomstig zijn. De volgende uitdaging voor het team is dan ook de locatie van de flitsen bepalen. “Ons plan is om de flitsen te lokaliseren op een duizendste graad,” zegt Shannon. “Dat is ongeveer de breedte van een mensenhaar gezien van tien meter afstand. Op die manier kunnen de radioflitsen aan bepaalde sterrenstelsels worden gekoppeld.”

Meer weten over radioflitsen? Lees dan hier het onlangs verschenen achtergrondverhaal over het mysterieuze fenomeen.