In oktober 1601 werd de Deense astronoom plotseling ernstig ziek. Elf dagen later overleed hij. Maar waaraan precies? Sommigen vermoeden dat de omstreden astronoom met kwik vergiftigd werd. Een nieuw onderzoek – waarvoor de stoffelijke resten van Brahe werden opgegraven – sluit dat nu uit.

Het idee dat Brahe vergiftigd werd, is hardnekkig en doet zich al jaren de ronde. Net als namen van verdachten. Onder meer zijn leerling Johannes Kepler wordt als verdachte gezien. Dat de theorie zo hardnekkig rondwaart, komt doordat het lichaam van Brahe in 1901 al eens werd opgegraven. Een onderzoek wees er toen inderdaad op dat hij veel kwik in zijn lichaam had. Dat kan daar op twee manieren zijn gekomen: of Brahe nam kwik bewust tot zich (bijvoorbeeld als medicijn). Of Brahe kreeg het zonder het te weten toegediend, met de intentie hem uit de weg te ruimen.

Analyse
Maar klopten de bevindingen uit 1901 wel? Deense en Tsjechische wetenschappers waren niet overtuigd en groeven de resten van de astronoom in 2010 opnieuw op. “We verzamelden monsters van Tycho Brahe’s baard, botten en tanden,” vertelt onderzoeker Jens Vellev. “Hoewel de analyse van de tanden nog niet helemaal voltooid is, zijn de wetenschappelijke analyses van de botten en baard van Brahe dat wel.”

Uiterlijk

De onderzoekers hebben ook scans gemaakt van de stoffelijke resten van Brahe. Ze hopen op basis van die scans een reconstructie te kunnen maken van het gezicht van de Deense astronoom.

Baard
De baard van Brahe werd op drie verschillende manieren geanalyseerd. En alle aanpakken leverden hetzelfde resultaat op. “De concentratie kwik was niet hoog genoeg om de doodsoorzaak te zijn,” vertelt onderzoeker Kaare Lund Rasmussen. En de botten wijzen erop dat Brahe tijdens de laatste vijf tot tien jaar van zijn leven niet aan een abnormaal hoge hoeveelheid kwik is blootgesteld. De onderzoekers sluiten daarmee uit dat Brahe aan een kwikvergiftiging stierf.

De zilveren neus
Maar het opgraven van het lichaam van Brahe bracht meer duidelijkheid. Bijvoorbeeld omtrent de kunstneus van de astronoom. Tijdens een duel in 1566 verloor Brahe een deel van zijn neus. Het verhaal ging dat hij sindsdien een kunstneus, gemaakt van zilver en goud droeg. Het onderzoek uit 1901 onderschreef dat: op het gezicht van Brahe werden sporen van de prothese aangetroffen. De prothese werd echter niet teruggevonden. De onderzoekers hebben die sporen nu nog eens onder de loep genomen en bevestigen dat ze afkomstig zijn van een prothese. Maar die prothese was niet van zilver of goud gemaakt. Ze vonden sporen van koper en zink. “Dat wijst erop dat de prothese gemaakt was van messing,” stelt Vellev. “Dus Tycho Brahe’s beroemde zilveren neus was al met al niet van zilver gemaakt.”

Het onderzoek biedt meer dan 400 jaar na de dood van Brahe enige duidelijkheid. Maar één prangende vraag is nog niet beantwoord: waaraan stierf Brahe dan wel? Nu de kwikvergiftiging van tafel is geveegd, lijkt een blaasinfectie weer de nummer één verdachte te zijn. Kepler beschreef het ziekbed van zijn meester en zijn beschrijvingen doen denken aan zo’n infectie.