Geschiedenis schrijven en voor altijd herinnerd worden. Het is een schrale troost als men zijn laatste adem uitblaast. Maar ook een herinnering heeft het eeuwige leven niet. Zeker niet als anderen erop uit zijn om deze te besmetten of erger nog: helemaal uit te wissen en het zo doen lijken alsof de ander nooit geleefd heeft. Het kan wel eens de wreedste wraak zijn: damnatio memoriae.

Damnatio memoriae: een Latijnse term die letterlijk zoiets betekent als ‘het vervloeken van de nagedachtenis’. De Romeinen gebruikten de methode regelmatig, maar waren niet de bedenkers ervan. Het uitwissen van personen en gebeurtenissen was reeds in het oude Egypte en mogelijk zelfs ver daarvoor heel gebruikelijk.

Achnaton en zijn familie aanbidden Aten.

Achnaton
Zo zijn er heel wat Egyptische beelden van goden en leden van het koningshuis die zwaar beschadigd zijn. Vaak gaat het dan met name om flinke beschadigingen in het gezicht: de ultieme manier om een beeld onherkenbaar te maken en de afgebeelde persoon voor altijd uit de herinnering te laten verdwijnen. Farao Achnaton (de vader van Toetanchamon) ging daarin heel ver. Hij wilde dat niemand meer de god Amon-Re zou aanbidden en dat mensen enkel nog de god Aten zouden vereren. Om dat te bewerkstelligen liet hij de beeltenis van Amon-Re van de tempels afhalen en ook teksten die op het bestaan van meerdere goden of Amon-Re wezen, werden verwijderd.

Slechte invloed
De Romeinen pasten de methode toe wanneer een persoon een gevaar vormde voor of een slechte invloed had gehad op de Romeinse staat. De straf werkte eigenlijk alleen als een elitair figuur zich in de nesten had gewerkt. Want alleen de elite was overal in steden terug te vinden: in de archieven, op munten, schilderingen en in de vorm van standbeelden. Door deze kunstvormen ging de elite onderdeel uitmaken van het collectief geheugen van het Romeinse volk. En door ze weg te halen, werd iedereen tijdelijk aan de misstappen van de beroemde persoon in kwestie herinnerd en later – niet heel veel later – zou iedereen diegene allang weer vergeten zijn en zich alleen de misstap en de gevolgen daarvan nog kunnen herinneren.

Een klassiek geval van damnatio memoriae. Vroeger stonden op dit portret vier mensen afgebeeld: vader, moeder, Caracalla en Geta. De twee broertjes erfden de troon toen hun vader stierf, maar konden het nooit goed vinden samen. Caracalla liet Geta ombrengen en verwijderde hem uit de geschiedenis.

Caligula
Ook keizers konden uit het collectieve geheugen gewist worden. Het overkwam Caligula. De beeltenissen van de dictator werden kort na diens overlijden weggehaald. Ook Nero viel dit lot ten deel. Zijn hoofd stond op munten en zijn naam was in vele inscripties terug te vinden: ze werden stuk voor stuk bijgewerkt. Ze werden dus niet helemaal weggehaald. Dat wilden de mensen die de damnatio uitspraken (leden van de Senaat) ook niet bewerkstelligen. Ze wilden van de staatsvijanden lichtende voorbeelden maken: mensen moesten zien dat ze fout waren en hoe daarop gereageerd kon worden.

Paus
Ook in de Rooms Katholieke kerk is damnatio memoriae geen onbekende term. Een kunsthistoricus concludeerde in 2007 dat de beeltenis van paus Alexander VI moedwillig van een schilderij was verwijderd. De paus nam het niet zo nauw met de beperkingen die zijn ambt met zich meebracht. Zo had hij zeker twee minnaressen en zeven kinderen. Op de schildering zou te zien zijn geweest hoe de paus het kindje Jezus en Maria (met het gezicht van één van zijn minnaressen) aanbad. Tegenwoordig is er nog maar een klein stukje van het schilderij over: alleen het kindje Jezus. Maar het uitwissen van mensen valt niet mee: hoewel alleen Jezus staat afgebeeld, staan er op het schilderij vijf handen. Twee van Jezus, één van de paus en twee van Maria, oftewel de minnares.

Links het volledige schilderij zoals het er ooit uit heeft moeten zien. Rechts een fragment daarvan. Hier zijn Maria en de paus eraf geknipt. We weten hoe het volledige schilderij eruitzag, omdat een schilder er een kopie van maakte voordat het vernield werd.

Stalin
Maar damnatio memoriae is niet iets van honderden jaren geleden. Ook tamelijk recent werd het nog toegepast. Bijvoorbeeld tijdens de twintigste eeuw. Er werd toen al volop ‘gephotoshopt’. Een bekend voorbeeld is de foto waarop Stalin samen met zijn vertrouweling Nikolai Jezjov staat afgebeeld. Jezjov was het hoofd van de Russische geheime dienst en was mede vanwege zijn grote kennis van hetgeen er speelde een machtig man. Te machtig, volgens Stalin en hij liet Yezhov ombrengen. Om de grote rol die Jezjov ooit in het leven van Stalin gespeeld had te verhullen, werd hij uit foto’s verwijderd.

Links is Yezhov nog te zien. Rechts is hij weggewist.

Communisme
Na de val van het communisme krijgt het verhaal van Stalin en Yezhov een ironisch staartje. Veel zaken die mensen aan het communisme deden denken, worden verwijderd. Zelfs plaatsnamen worden gewijzigd. Zo is Leningrad tegenwoordig beter bekend als Sint-Petersburg. Maar er zijn nog recentere voorbeelden te noemen. Kunt u zich dat enorme standbeeld van Saddam Hoessein nog herinneren? Irakezen en Amerikanen haalden het kort na de val van Hoesseins regime naar beneden.

De meer recentere voorbeelden van damnatio memoriae roepen natuurlijk wel de nodige vragen op. Want hoewel veel omstreden figuren uit het straatbeeld van Rusland en Irak zijn verdwenen, kan iedereen zich Stalin en Hoessein nog goed herinneren. Het lijkt erop dat damnatio memoriae tegenwoordig haast onhaalbaar is. Informatie is moeilijk in te dammen en het internet is uitgegroeid tot een altijd toegankelijk collectief geheugen. Is dit dan het einde van de damnatio memoriae?