Ze bevonden zich op het juiste moment op de juiste plaats. Iets wat mogelijk niet gezegd kan worden van de Neanderthalers en Denisovamensen.

Zo’n 74.000 jaar geleden barstte de Indonesische supervulkaan Toba uit. De uitbarsting ging de boeken in als de grootste eruptie van de afgelopen twee miljoen jaar en had verstrekkende gevolgen. Grote hoeveelheden zwaveldeeltjes werden in de atmosfeer geslingerd en aldaar omgezet in zwavelzuur dat het zonlicht tegenhield en de temperaturen wereldwijd deed dalen.

Paradox
In het verleden werd wel gedacht dat deze eruptie een catastrofaal effect op onze voorouders had en hen zelfs op het randje van uitsterven bracht. Daar zijn onderzoekers inmiddels wel van teruggekomen. Sterker nog: opgravingen in Afrika wijzen uit dat onze voorouders er eigenlijk weinig hinder van ondervonden. En dat is dan weer heel lastig te verklaren, zo vertelt onderzoeker Benjamin Black. “We weten dat de eruptie plaatsvond en klimaatmodellen suggereerden eerder dat deze ernstige gevolgen had voor het klimaat, maar archeologische en paleoklimatologische studies in Afrika laten niet zo’n dramatische respons zien.” En daarmee was een paradox geboren.

Onderzoek
In een nieuw onderzoek hebben Black en collega’s geprobeerd om die paradox te verklaren. En dat lijkt gelukt. Met behulp van klimaatmodellen tonen ze aan dat de impact die de Toba-eruptie op het klimaat had, van gebied tot gebied behoorlijk verschilde en dat Afrika er heel genadig van afkwam. “Afrika en India liggen relatief beschut, terwijl Noord-Amerika, Europa en Azië de dupe werden van de afkoeling.”

Simulatie
Om meer inzicht te krijgen in de mate waarin de Toba-eruptie het klimaat verstoorde, voerden de onderzoekers 42 klimaatsimulaties uit. Elke simulatie verschilde weer net iets van de andere simulaties. Zo pasten de onderzoekers bijvoorbeeld elke keer de uitstoot van zwaveldeeltjes, het seizoen waarin de eruptie plaatsvond en/of de staat van het klimaat aan de vooravond van de eruptie, aan. De resultaten onthullen dat de effecten die de eruptie op het klimaat had waarschijnlijk regionaal sterk van elkaar verschilden. Zo voorspellen de simulaties dat het noordelijk halfrond als geheel met zeker vier graden Celsius afkoeling te maken kreeg, maar dat de temperaturen lokaal – afhankelijk van de gekozen parameters – wel tien graden lager uit konden vallen. Heel anders moet de situatie op het zuidelijk halfrond – waar onze voorouders in die tijd vertoefden – zijn geweest. Zelfs de simulaties waarin van het ergste scenario wordt uitgegaan, voorspellen dat de temperatuur daar hooguit vier graden Celsius daalde. En hoewel gebieden in het zuiden van Afrika en India bij de hoogste zwavelemissies wellicht ook te maken hadden met verminderde neerslag, valt de impact die de eruptie hier op het klimaat had, nog mee.

Neanderthalers en Denisovamensen
De resultaten kunnen eerdere archeologische vondsten die suggereren dat de eruptie nauwelijks impact had op de ontwikkeling van mensachtigen in Afrika helpen verklaren. Tegelijkertijd suggereren ze echter ook dat de eruptie een tot op heden onderschat effect kan hebben gehad op mensachtigen in Europa en Azië. “Een intrigerend aspect (van dit onderzoek, red.) is dat Neanderthalers en Denisovamensen in die tijd in Europa en Azië leefden,” stelt Black. “Dus ons paper suggereert dat het de moeite waard is om de effecten die de Toba-eruptie op deze populaties heeft gehad in de toekomst te bestuderen.”

Het onderzoek heeft echter niet alleen implicaties voor ons begrip van het verleden; het kan ook van pas komen in het heden en de toekomst. “Onze studie is niet alleen een forensische analyse van de nasleep van Toba, maar kan ook meer inzicht geven in de uiteenlopende effecten die grote uitbarstingen vandaag de dag op de samenleving kunnen hebben,” stelt onderzoeker Anja Schmidt.