En hij is niet alleen; soortgenoten in dezelfde grot verplaatsen zich ook niet of nauwelijks. Onduidelijk is nog waarom.

Liever lui dan moe. Dat zou zomaar het levensmotto kunnen zijn van de salamander die centraal staat in een nieuw onderzoek, verschenen in het blad Journal of Zoology. We hebben het over Proteus anguinus, ook wel olm of grottenolm genoemd. De salamander leeft uitsluitend in grotten en is daar helemaal op aangepast. Wat het diertje echter door zijn lange evolutie heen niet ontwikkeld heeft, is een zekere vorm van nieuwsgierigheid naar het onbekende.

2569 dagen op dezelfde plek
Die conclusie kun je rustig trekken als je het paper van de onderzoekers onder de loep neemt. In het paper vertellen onderzoekers hoe ze ontdekten dat de salamanders zich in een periode van maanden of zelfs jaren nauwelijks verroerden. En één salamander maakte het wel heel erg bont door maar liefst 2569 dagen nadat deze door de onderzoekers van identificeerbare markeringen was voorzien, op exact dezelfde locatie te worden aangetroffen. Het wijst erop dat het diertje al meer dan 7 jaar op die plek zit.


Het onderzoek
De onderzoekers bestudeerden de grottenolmen in een vrij goed toegankelijke grot in Bosnië-Hercegovina. In die grot vingen ze meer dan 20 grottenolmen. Elk van deze olmen werd van een markering voorzien, zodat de onderzoekers ze uit elkaar konden houden. Vervolgens werden de salamanders weer netjes op hun gevonden locatie gezet. In de jaren erna ondernamen de onderzoekers verschillende expedities naar de grot om te kijken waar de grottenolmen die ze eerder hadden gemarkeerd, uithingen. Ze waren daarbij met name nieuwsgierig naar de afstand die de grottenolmen hadden afgelegd en of deze verband hield met de duur van de periode tussen de verschillende bezoeken.

Weinig lichaamsbeweging
Het onderzoek levert opvallende resultaten op. Zo blijken de salamanders weinig op te hebben met lichaamsbeweging. De meest actieve grottenolm troffen de onderzoekers 230 dagen nadat ze deze voor het laatst hadden gezien, op 38 meter afstand van zijn oorspronkelijke locatie. Het grootste deel van de bestudeerde grottenolmen verplaatste zich in een tijdbestek van meerdere jaren nog geen tien meter. “Eén individu werd na 2569 dagen nog op dezelfde locatie aangetroffen,” zo schrijven de onderzoekers. “Samengevat legden de dieren in lange perioden over het algemeen maar korte afstanden af.” Ook bleek er geen verband te zijn tussen de afgelegde afstand en verstreken tijd; wanneer er tussen de bezoeken van de onderzoekers aan de grot wat meer tijd zat, betekende dat niet dat de olmen zich nu ook op grotere afstand van hun oorspronkelijke locatie bevonden.

Waarom?
De grote vraag is nu natuurlijk waarom de grottenolmen zich jarenlang niet of nauwelijks verplaatsen. De onderzoekers kunnen het niet met zekerheid zeggen, maar vermoeden dat het te herleiden is naar het extreme leven dat deze grottenolmen leiden. “We kunnen alleen maar speculeren dat deze dieren, die vrij weinig voedsel tot hun beschikking hebben, zich sporadisch voortplanten (vrouwtjes doen dat gemiddeld eens in de 12,5 jaar) en een eeuw kunnen leven, heel energiebewust zijn en hun bewegingen tot een minimum beperken.”


De onderzoekers hopen dat hun studie wetenschappers aanzet om ook de mate van lichaamsbeweging in andere populaties grottenolmen in kaart te brengen. Zo zal moeten blijken of alle grottenolmen het wel best vinden op hun huidige locatie of dat de onderzoekers in Bosnië-Hercegovina heel toevallig op een uitzonderlijk luie olmenpopulatie zijn gestuit.