In de film Avatar delven ruimtereizigers unobtainium op de maan Pandora. Een kilogram unobtainium is twintig miljoen dollar waard in het jaar 2154. Is het de moeite waard om 4,3 lichtjaar te reizen om unobtainium te delven, of kunnen we het geld beter ergens anders aan besteden?

Waarschijnlijk niet. Interstellaire delving kost meer geld dan het oplevert. Unobtainium kost in 2154 twintig miljoen dollar per kilo. Dat is – uitgaande van een inflatie van 2% – bijna één miljoen hedendaagse euro’s per kilo.

Het ruimteschip doet vijf jaar over een reis van de aarde naar Pandora. Proxima Centauri is de meest nabije ster en is 4,3 lichtjaar verwijderd van de aarde, dus moet het transport tussen de aarde en Pandora met een minimale snelheid van 85% van de lichtsnelheid gebeuren. Om een kilogram materie te versnellen tot 85% van de lichtsnelheid en uiteindelijk weer af te remmen is 10^17 joules energie nodig. Gezien de hedendaagse prijzen voor energie zou het drie miljard dollar kosten om een kilo unobtainium zo snel naar Proxima Centauri te verzenden. Oftewel vijftig miljard dollar in 2154.

De daadwerkelijke kostprijs van een kilo unobtainium ligt nog veel hoger, omdat er ook heel veel mensen meereizen. Daarnaast zijn de ruimteschepen niet bepaald licht. Kortom: interstellaire mijnbouw? Nee hoor, dat zal niet zo snel gebeuren.