gezondheid

Stel dat u van tevoren zou weten dat u iets onder de leden krijgt. Dan zou u dus maatregelen kunnen treffen om te proberen om te voorkomen dat u die ziekte krijgt. Te mooi om waar te zijn? Wetenschappers willen dat uit gaan zoeken.

Zowel onderzoekers als dokters en patiënten streven naar een gezondheidszorg waarbij patiënten een op hen afgestemde behandeling krijgen. De 75-jarige wetenschapper Leroy Hood is directeur van het Instituut voor Systeembiologie in Seattle. Ook hij vindt dat er betere ziektepreventie en zorg op maat zou moeten zijn. Op die manier kunnen mensen beter behandeld worden en meer levensjaren in een goede gezondheid leven. Vanuit deze visie heeft hij het initiatief genomen om een grootschalig project op te zetten, met als doel het verbeteren van het gezondheidswelzijn van ieder individu. Hij wil met zijn project het preventief onderzoeken en behandelen van mensen ten behoeve van hun gezondheid op de kaart zetten.

100.000 Wellness Project
Het project van Hood, ook wel het 100.000 Wellness Project genoemd, bestaat uit vier fasen. Voorafgaande aan het grote eindonderzoek waar 100.000 mensen aan mee zullen doen, vinden er drie oefenstudies plaats. Bij de eerste oefenstudie staan 100 mensen voor negen maanden lang onder controle van onderzoekers die van alles bij hen meten. De onderzoekers interpreteren de meetresultaten en geven elke deelnemer advies over zijn of haar manier van leven. Het kan bijvoorbeeld zijn dat uit de resultaten blijkt dat het beter is als de deelnemer veranderingen aanbrengt in zijn of haar dieet of slaappatroon. Vervolgens kijken de onderzoekers of deze individuele veranderingen werkelijk effect op de gezondheid hebben. Een voorbeeld kan zijn dat een ziekte niet tot uiting is gekomen, doordat men is afgevallen. Hood hoopt op positieve resultaten in alle oefenstudies om uiteindelijk het grote onderzoek – dat 25 jaar duurt – te kunnen starten.

DNA-sequentie. Afbeelding: schulergd (via Freeimages.com).

DNA-sequentie. Afbeelding: schulergd (via Freeimages.com).

Meten = weten
In alle vier de fasen van het project worden dezelfde metingen verricht. Er wordt grondig onderzoek gedaan in het lichaam van de proefpersonen, ook op microniveau. Zo zal van ieder proefpersoon de gehele volgorde van het DNA in kaart gebracht worden. Dit wordt ook wel het ‘sequencen’ van het DNA genoemd. DNA is genetisch materiaal en ligt opgeslagen in chromosomen in lichaamscellen, zo ook in bloedcellen. Het kan dus via een simpel bloedmonster verkregen worden. Door erfelijke afwijkingen in het DNA in verband te brengen met leefstijl en symptomen door de jaren heen kan bijvoorbeeld bepaald worden of iemand een verhoogde kans op een ziekte heeft, zoals diabetes.

Monsters
De onderzoekers verzamelen ook veel medische gegevens over de gehele onderzoeksperiode. De deelnemers dragen continu een digitale hartslagmeter om de pols die bijvoorbeeld de fysieke activiteit van het hart meet. Tevens nemen de onderzoekers iedere drie maanden een monster van het bloed, de urine, het slijm en de ontlasting van iedere proefpersoon af. In de urine en het slijm wordt onderzocht of er stoffen in een verhoogde of verlaagde concentratie aanwezig zijn. Een afwijking hierin kan er op duiden dat een orgaan niet goed werkt. In het ontlastingsmonster wordt er naar ziekmakende micro-organismen gespeurd die zich eventueel in de darmen bevinden.

De waarde(n) van bloed
De samenstelling van ons bloed zegt ontzettend veel over de toestand van ons lichaam. De Amerikaanse onderzoekers focussen zich bij het analyseren van het bloedmonster onder andere op het C-reactieve proteïne. Dit is een eiwit dat door de lever wordt afgegeven aan de bloedbaan. Zodra er ergens in het lichaam een ontsteking ontstaat, neemt de hoeveelheid van het eiwit dat in het bloed aanwezig is toe. Deze toename vindt al plaats voordat er symptomen van een ontsteking gesignaleerd zijn. Het C-reactieve proteïne is dus een zeer nuttig meetbaar eiwit, aangezien er voorspeld kan worden of er ergens in het lichaam een ontsteking gaat plaatsvinden. Een andere bloedanalyse die men in het onderzoek gebruikt, is die van 100 orgaanspecifieke eiwitten. Dit zijn alle eiwitten die in muis- en celmodellen gevoelig waren voor veranderingen in het orgaan die tot ziekte leiden. Door de waarde van deze eiwitten te meten, testen de onderzoekers dus of een orgaan nog in gezonde staat is of niet.

Afbeelding: NWK (via Freeimages.com).

Afbeelding: NWK (via Freeimages.com).

Een leven in goede gezondheid
Alle deelnemers hebben zelf toegang tot de verkregen medische gegevens. Het interpreteren van deze data vereist echter enige wetenschappelijke kennis. De goede begeleiding vanuit het onderzoek, zoals persoonlijke artsen en coaches, moet ervoor zorgen dat ieder individu actief aan de slag kan gaan met zijn of haar eigen onderzoeksresultaten. Obesitas of diabetes leidt bijvoorbeeld tot een verhoogd risico op vele ziekten. Dit zou voorkomen kunnen worden door medische behandelingen of veranderingen in dieet. Vervolgens kan er door nieuw verkregen meetresultaten geanalyseerd worden of het lichaam positief reageert op de veranderingen.

Dit onderzoek is niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Het hele project is nog in een beginfase en het kan zo maar dat de grote hoeveelheid data te complex is om te verwerken en analyseren. Om nog maar te zwijgen over wat er überhaupt met al deze medische gegevens gebeurt, die eigenlijk zeer persoonlijk zijn. Toch zou dit grootschalige onderzoek het begin kunnen zijn van een nieuw tijdperk in de geneeskunde. De onderzoekers, dokters en deelnemers moeten voor lange tijd samenwerken om een optimaal resultaat te behalen: het gezondheidswelzijn van de deelnemer zo goed mogelijk houden. Zorg op maat voor ieder individu, dat is waar we naartoe willen.

Juliëtte Schouten (21) studeert Science Education and Communication aan de Universiteit Utrecht en schreef dit artikel voor het vak Public Science Communication with Multimedia. Voor deze master heeft ze de bachelor Biomedische Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht afgerond. Juliëtte hoopt na haar studie verder te kunnen in de wetenschapscommunicatie.