iss

Een astronaut besluit om een boterham te eten aan boord van het internationale ruimtestation, maar laat deze per ongeluk vallen. De boterham raakt het oppervlak van het ISS. Wat nu? Is deze boterham dan al een broedplaats van bacteriën of is deze nog prima te eten? Onderzoekers vogelden het uit.

Tussen 2007 en 2009 verzamelden astronauten oppervlaktemonsters van verschillende ruimtes in het ruimtestation. Zij gebruikten hiervoor een LOCAD-PTS-apparaat. Dit is een draagbaar apparaat, dat snel biologische en chemische substanties op oppervlakten kan detecteren. Astronauten nemen een monster, laten deze weken in een speciale vloeistof en stoppen deze vervolgens in het LOCAD-PTS-apparaat. Deze handheld analyseert het monster en vertelt binnen vijftien minuten welke microben er aanwezig zijn.

De resultaten van de analyses zijn nu binnen. En het zijn resultaten om blij van te worden. Het internationale ruimtestation is geen broedplaats van bacteriën en microben. Om terug te komen op het eerste voorbeeld: ja, een astronaut kan zijn broodje gewoon opeten zonder bang te zijn om ziek te worden.

Verhoogd aantal microben
De meeste oppervlakten in het ruimtestation zijn relatief vrij van microben. Wel troffen de onderzoekers een verhoogd aantal microben aan op oppervlakten die vaker door astronauten werden aangeraakt, zoals de hometrainer en het handvat van de luchtsluis in de Japanse experimentmodule. Ook de voetsteunen, lades, afvalcompartimenten en hygiënecompartimenten in de Zvezda en Tranquility-modules bleken smeriger te zijn dan andere oppervlakten in het ruimtestation.

Ijverige schoonmakers
“Het ruimtestation is grotendeels een schone omgeving”, vertelt Lisa Monaco, promovendus bij NASA’s Marshall Space Flight Center in Huntsville. “Dit komt doordat de astronauten een strikte schoonmaakprocedure hebben.”