Grappen maken over een tragedie: vanaf welk moment is dat echt grappig? Kan dat al een week na de tragedie? Of moeten we langer wachten? Wetenschappers zochten het uit. Hun studie is dan ook een must read voor cabaretiers en amateur-grappenmakers.

In een eerste experiment lieten de onderzoekers proefpersonen een enquête invullen. De proefpersonen kregen de opdracht een gebeurtenis in hun leven te omschrijven die grappiger werd naarmate tijd verstreek of die juist minder grappig werd naarmate tijd verstreek. Vervolgens moesten de proefpersonen aangeven hoe ernstig de gebeurtenis in hun ogen was. De resultaten waren in lijn met de hypothese van de onderzoekers: gebeurtenissen die na verloop van tijd grappiger werden, werden gezien als ernstiger dan de gebeurtenissen die na verloop van tijd hun komische effect verloren.

Grappiger
Een tweede onderzoek onderschrijft dat. Uit dit onderzoek bleek dat mensen een ernstige gebeurtenis (geschept worden door een auto) grappiger vonden wanneer het lang geleden (bijvoorbeeld vijf jaar geleden) plaatsvond. Een niet zo ernstige gebeurtenis (het stoten van een teen) was juist weer grappiger wanneer het onlangs (bijvoorbeeld gisteren) plaatsvond.

Aha!

Waarom denkt een slechte grappenmaker dat hij grappig is? Lees het hier!

Sociale afstand
De tijd die sinds een gebeurtenis verstreken is en de ernst van een gebeurtenis heeft dus invloed op hoe grappig een grap over die gebeurtenis is. De onderzoekers vroegen zich af of ook de sociale afstand tot een gebeurtenis invloed had op hoe sterk we een grap over die gebeurtenis konden waarderen. Ze lieten proefpersonen de sociale netwerksite van vreemden en vrienden zien. Op die netwerksite lazen de proefpersonen dat een vriend of vreemde per ongeluk per sms 1880 dollar aan een goed doel had gedoneerd. Of ze lazen dat een vriend of vreemde per ongeluk 50 dollar had gedoneerd. Wanneer een vreemde 1880 dollar had weggegeven, werd dat als grappiger ervaren dan wanneer een vriend dat had gedaan. Maar wanneer een vriend 50 dollar had weggeven, was dat juist weer grappiger dan wanneer een vreemde dat deed.

Afbeeldingen
In een vierde experiment kregen proefpersonen twee afbeeldingen te zien. Eén afbeelding was heel heftig en liet zien hoe een vinger uit het oog van een man kwam. En één afbeelding was minder heftig: deze liet een man met een bevroren baard zien. De onderzoekers vertelden de proefpersonen dat of de eerste of de tweede afbeelding echt was en dat de andere gefotoshopt was. Wanneer de proefpersonen dachten dat de heftige foto gefotoshopt was, vonden ze deze grappiger dan de andere. Maar wanneer ze dachten dat de heftige foto echt was, vonden ze de minder heftige foto juist grappiger. Dat is goed te verklaren. Door manipulatie van een afbeelding wordt de afstand tussen ons en het beeld groter, omdat het niet echt is.

Grotere afstand
In een vijfde onderzoek gebruikten de onderzoekers dezelfde afbeeldingen als in het vierde experiment. Alleen kregen de proefpersonen nu niet te horen dat de één nep en de ander echt was. In plaats daarvan hingen de onderzoekers de afbeeldingen soms heel dicht en soms ver van de proefpersonen af. Wanneer de meest heftige afbeelding ver van de proefpersonen afhing, vonden ze deze grappiger dan wanneer deze heel dichtbij hing.

De experimenten wijzen erop dat heel veel factoren (tijd, ruimte, relaties, etc.) invloed hebben op hoe grappig een grap over die gebeurtenis kan zijn. “Je moet de juiste mix zien te krijgen tussen hoe erg iets is en hoe groot de afstand tot iets is,” vertelt onderzoeker Peter McGraw. Het verklaart waarom er twee weken na de aanslagen van 9/11 al met succes satirisch over die aanslagen kon worden gedaan. In deze satire werden niet de slachtoffers, maar de terroristen (waar het publiek van de satire zich in alle opzichten mijlenver van vandaan wist) op de hak genomen. In principe is het dan ook eigenlijk mogelijk om op elk moment na een tragedie grappen over die tragedie te maken, als cabaretiers maar de juiste invalshoek (oftewel de juiste mix van factoren) kiezen.