Sterrenstelsels waarin veel sterren geboren worden bevatten naar verhouding meer zware sterren dan kalme sterrenstelsels. Dit hebben astronomen ontrafeld met dank aan ALMA en de Very Large Telescope.

Dit geldt overigens voor actieve sterrenstelsels in het vroege heelal als in het nabije universum.

Onderzoekers hebben de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array gebruikt om vier verre, stofrijke en actieve sterrenstelsels te observeren. Ze keken daarbij naar het aantal zware sterren. Deze verre sterrenstelsels worden gezien op een moment dat het heelal veel jonger was dan nu. Er zijn minder generaties sterren dan in het huidige heelal.


Onderzoeker Zhi-Yu Zhang van de universiteit van Edinburgh heeft een techniek ontwikkeld om de relatieve hoeveelheden van de verschillende soorten koolstofmonoxide in vier zeer verre in stof gehulde sterrenstelsels te meten. “Koolstof- en zuurstofisotopen hebben niet dezelfde oorsprong”, vertelt Zhang. “O wordt meer in zware sterren geproduceerd en C meer in lichte en middelzware sterren.” Hierdoor kunnen de onderzoekers voor het eerst schatten hoe zwaar de sterren in een bepaald sterrenstelsel zijn.

“De verhouding tussen O en C in actieve sterrenstelsels in het vroege heelal is ongeveer tien keer zo hoog als in sterrenstelsels als de Melkweg”, vertelt mede-auteur Donatella Romano. “Actieve sterrenstelsels hebben in verhouding veel meer zware sterren.”

Het onderzoeksteam beweert dat astronomen terug moeten naar de tekentafel. De modellen van het heelal kunnen nog verder verfijnd worden.