In India hebben dorpelingen in een vallei een tempel ter ere van de Vishnu-reïncarnatie Narasimha gevonden. Hoewel een beeltenis van de hindoeïstische god ontbrak, wijst de architectuur van de tempel erop dat deze stamt uit de tijd van de Reddi-dynastie die omstreeks 1325 na Christus regeerde.

De heersers uit de Reddi-dynastie maakten van de plaats Kondaveedu hun hoofdstad en bouwden er diverse huizen voor hun goden. In dit gebied zijn in totaal vijftien tempels uit die tijd gevonden. De Reddi-dynastie regeerde er meer dan honderd jaar. Dat deze tempel pas bijna zevenhonderd jaar later is gevonden heeft alles te maken met de bomen die het heilige huis overwoekerden.

De tempel is rood van kleur en zou uit rood graniet zijn opgetrokken. Dat komt overeen met de verhalen die in de geschiedenisboeken van Kondaveedu staan.

Narashima is volgens een hindoeïstische legende de vierde reïncarnatie van Vishnu en is deels mens en deels dier. Narashima geldt vooral als een beschermer in tijden van nood. De legende vertelt dat Vishnu een vreselijk monster moest doden. Maar dit gedrocht kon niet door een mens, niet door een dier, niet bij nacht en niet bij dag gedood worden. Dus veranderde Vishnu zich half in een mens en half in een dier. Hij viel het monster in de schemering aan en wist het te doden.