Het is geen pretje om op de exoplaneet GJ 1132b te wonen. Mogelijk is het er net zo warm als in je oven, namelijk zo’n 230 graden Celsius. Wel vermoeden astronomen dat er zuurstof in de atmosfeer aanwezig is.

Astronoom Laura Schaefer en haar collega’s van het Harvard-Smithsonian Center voor Astrofysica bogen zich over een pittige vraag: hoe heeft de atmosfeer van GJ 1132b zich in de loop ter tijd ontwikkeld?

Waarschijnlijk was de atmosfeer ooit rijk aan water. Omdat de afstand tussen de exoplaneet en de moederster slechts enkele miljoenen kilometers is, vangt GJ 1132b veel ultraviolet licht. Hierdoor vallen watermoleculen uit elkaar in waterstof en zuurstof. Deze elementen zijn licht, waardoor de exoplaneet ze ooit gaat verliezen. Toch is er een verschil. Waterstof is namelijk lichter dan zuurstof en zal dus sneller verdwijnen uit de atmosfeer. Dit betekent dat zuurstof blijft hangen.

Gesmolten magmazee
Als er zuurstof wordt gevonden in de atmosfeer van deze hete wereld, dan is dat geen teken dat er leven aanwezig is of dat het er leefbaar is. “Het is juist het tegenovergestelde”, zegt Schaefer. Aangezien waterdamp een broeikasgas is, is er sprake van een op hol geslagen broeikaseffect op de exoplaneet. Het oppervlak van GJ 1132b kan miljoenen jaren een gesmolten magmazee blijven.

Deze grote magmazee absorbeert mogelijk een klein deel van de zuurstof in de atmosfeer, maar het gaat hier om slechts tien procent. De overige negentig procent verdwijnt ooit de ruimte in.

Even snuffelen
Als er zuurstof in de atmosfeer van GJ 1132b aanwezig is, dan kan dit in de nabije toekomst ontdekt worden. Nieuwe supertelescopen – zoals de James Webb telescoop – zijn in staat om te snuffelen aan de atmosferen van verre werelden. “Wellicht ontdekken we hier voor het eerst zuurstof op een aardachtige exoplaneet buiten de zonnestelsel”, concludeert medeauteur Robin Wordsworth.