Onderzoek wijst erop dat de kwaliteit van de zorg mogelijk verklaart waarom mensen anno 2011 nog linkshandig zijn.

Onderzoeker Sara Schaafsma van de Rijksuniversiteit Groningen beet zich in het fenomeen linkshandigheid vast. Linkshandigheid is een mysterie. Het komt in alle samenlevingen voor, maar in geen enkele samenleving zijn meer linkshandigen dan rechtshandigen te vinden. Uit onderzoek is al gebleken dat er een verband is tussen linkshandigheid en sommige ziekten. Het zet Schaafsma aan het denken: waarom zijn mensen tegenwoordig eigenlijk nog linkshandig?

Gevechtstheorie
Er is wel een theorie die dat verklaren kan: de gevechtshypothese. Volgens deze hypothese is linkshandigheid ideaal tijdens gevechten. Linkshandigen zijn in de minderheid en rechtshandigen zijn dus niet gewend om tegen linkshandigen te vechten. Hierdoor heeft iemand die linkshandig is een voorsprong. Hij heeft een grotere kans om het gevecht te winnen, een hogere status te veroveren, kinderen te krijgen en de genen die linkshandig maken door te geven. Zo blijft de linkshandige ondanks de nadelen die linkshandigheid heeft (de associatie met ziekten) bestaan.

Toetsen
Schaafsma besloot die hypothese te toetsen. Ze deed daartoe onderzoek onder de Eipo-gemeenschap op Papoea. In deze gemeenschap werd tot voor kort nog regelmatig gevochten. Ook het feit dat de gezondheidszorg er niet heel goed is en dat er geen goede anticonceptiemiddelen zijn, maakte de gemeenschap heel geschikt als ‘proefkonijn’. Schaafsma verwachtte – met de gevechtstheorie in het achterhoofd – dat hier meer linkshandigen te vinden zouden zijn dan in de geïndustrialiseerde landen. Maar het tegendeel is waar.

Goede zorg
Het lijkt er dan ook op dat de gevechtshypothese geen stand houdt. Maar hoe kan dan verklaard worden dat mensen anno 2011 nog steeds linkshandig zijn? Schaafsma bedacht dat er dan misschien toch een verband moest zijn tussen de kwaliteit van de gezondheidszorg en linkshandigheid. Ze besloot het uit te zoeken en vergeleek het aantal linkshandigen in twaalf landen met het geld dat hier jaarlijks aan gezondheidszorg werd uitgegeven. Ook toetste ze de gevechtshypothese nog eenmaal. Volgens deze hypothese worden in een land met linkshandigen meer mensen vermoord. En dus keek ze ook naar de moorden en doodslagen in de twee landen.

Ze vond een verband. Niet tussen het aantal moorden en linkshandigheid. Maar wel tussen gezondheidszorg en linkshandigheid. Hoe beter de gezondheidszorg, hoe meer linkshandigen. Dat er in de Eipo-gemeenschap minder linkshandigen voorkomen, is dan ook logisch. De gezondheidszorg is er niet van zo’n heel hoogstaand niveau. Hoe het niveau van de gezondheidszorg precies leidt tot meer linkshandigen is niet helemaal duidelijk. Wel lijkt goede gezondheidszorg een belangrijke factor te zijn in het voortbestaan van linkshandigheid.