Met een geschatte lengte van een halve meter, was het dier een reus in vergelijking met zijn tijdgenoten die vaak amper de grootte hadden van een pink.

Paleontologen hebben de overblijfselen ontdekt van een enorme nieuwe fossiele soort. Het gaat om een geleedpotige die behoort tot een uitgestorven diergroep die ten tijde van het Cambrium op aarde leefde. “De enorme omvang van dit dier is absoluut verbijsterend,” zegt onderzoeker Jean-Bernard Caron. “Dit is één van de grootste dieren uit het Cambrium ooit gevonden.”

Meer over het Cambrium
Het Cambriumi is een tijdvak dat ongeveer 541 miljoen jaar geleden begon. In dit tijdperk werd de basis gelegd voor de huidige diersoorten op aarde. Dit betekent dat de voorouders van de meeste moderne dierengroepen (bijvoorbeeld de geleedpotigen, weekdieren en chordadieren) die je duidelijk als dieren kunt identificeren in het vroege Cambrium ontstaan en zich diversificeren. Dat noemen we ook wel de ‘Cambrische Explosie’ en deze wordt gekenmerkt door het ontstaan van complexe morfologieën en drastische veranderingen in het functioneren van de mariene ecosystemen.

Titanokorys gainesi
De resten werden gevonden in een half miljard jaar oude rots, in het Canadese nationaal park Kootenay. De nieuwe soort heeft de naam Titanokorys gainesi gekregen en is zoals gezegd met name opmerkelijk vanwege zijn grootte. Met een geschatte lengte van een halve meter, was het dier een reus in vergelijking met zijn tijdgenoten die vaak amper de grootte hadden van een pink. Titanokorys gainesi leefde in de zee en behoort evolutionair gezien tot een groep primitieve geleedpotigen die ook wel ‘radiodonts’ worden genoemd.

Als je dat niets zegt, misschien heb je weleens van Anomalocaris gehoord; de meest iconische vertegenwoordiger van deze groep. Anomalocaris was een gepantserd ongewerveld dier uit de Cambriumperiode en heeft nog het meeste weg van een gigantische garnaal. Ook dit dier kon waarschijnlijk ongekende groottes bereiken. Zo vermoeden onderzoekers dat Anomalocaris weleens een meter lang kon worden.

Zoals alle radiodonts, had ook Titanokorys veelzijdige ogen, een ananasschijfvormige, met tanden omzoomde mond, een paar stekelige klauwen onder zijn hoofd om prooien te vangen en een lichaam met een reeks flappen om te kunnen zwemmen. Binnen deze groep bezaten sommige soorten ook grote, opvallende kopschalen. En Titanokorys bezat één van de grootste die ooit is gevonden.

Zo zag Titanokorys gainesi er waarschijnlijk van voren uit. Afbeelding: Lars Fields, © Royal Ontario Museum

Zwemmende koppen
Titanokorys moet dus een opvallend exemplaar zijn geweest. “Titanokorys maakt deel uit van een subgroep van radiodonts, Hurdiidae genaamd, die worden gekenmerkt door een ongelofelijk lange kop bedekt met een driedelig schild dat talloze vormen kon aannemen,” schetst onderzoeker Joe Moysiuk. “Het hoofd is zo lang ten opzichte van het lichaam, dat deze dieren eigenlijk niet veel meer dan zwemmende koppen waren.”

Een Titanokorys in zijn natuurlijke habitat, zwemmend door het water.

Waarom sommige radiodonts zo’n verbijsterende reeks vormen en afmetingen van het hoofdschild ontwikkelden, wordt nog steeds slecht begrepen. Het werd waarschijnlijk veroorzaakt door verschillende factoren. Maar de brede, afgeplatte vorm van het schild van Titanokorys suggereert dat deze soort zich aangepast had aan het leven in de buurt van de zeebodem.

Ecosysteem
De onderzoekers vermoeden dat deze raadselachtige dieren een grote impact hadden op het ecosysteem op de Cambrische zeebodem. “Hun ledematen aan de voorkant zagen eruit als meerdere gestapelde harken,” zegt Caron. “Hiermee konden ze waarschijnlijk gemakkelijk alles wat ze in hun kleine stekeltjes konden vangen naar hun mond kunnen brengen. Het enorme rugschild zou daarbij kunnen hebben gefunctioneerd als een soort ploeg.”

De ontdekking, beschreven in het vakblad Royal Society Open Science, laat zien dat oeroude gesteentes in het Canadese nationaal park Kootenay ware pareltjes herbergen. In de afgelopen tien jaar zijn hier verscheidende fossielen uit het Cambrium opgegraven. Zo troffen onderzoekers hier al eerder kleinere, meer overvloedige verwanten van Titanokorys aan: de Cambroraster falcatus. Volgens de auteurs gingen deze twee soorten mogelijk met elkaar de strijd aan om vergelijkbare bodembewonende prooien.