De uitbraak van een besmettelijke ziekte zo’n 1500 jaar geleden zou weleens de reden voor de massale ontvolking kunnen zijn geweest.

Zo’n 400 tot 600 jaar na Christus verdween de mens plotseling uit het Congolese regenwoud. De precieze oorzaak achter deze leegloop was lange tijd onbekend. Maar nu komen onderzoekers met een geloofwaardige verklaring op de proppen. De verdwijning van menselijke nederzettingen zou namelijk weleens de schuld kunnen zijn geweest van (jawel) een langdurige epidemie.

Studie
In de studie bogen de onderzoekers zich over de bevolkingsgeschiedenis van zeven Afrikaanse landen, namelijk Kameroen, de Central-Afrikaanse Republiek, de Democratische Republiek Congo, de Republiek Congo, Gabon, Equatoriaal-Guinea en Angola. En dat leidde tot een interessante ontdekking. Zo blijkt dat de hedendaagse sprekers van Bantoetalen in Centraal-Afrika niet rechtstreeks afstammen van de gemeenschappen die vanaf ongeveer 4000 jaar geleden het regenwoud hadden gekoloniseerd.

Twee periodes
Met behulp van beschikbare koolstofdateringen op archeologische vondsten uit uiteenlopende periodes, brachten de onderzoekers de omvang van menselijke activiteit en demografische schommelingen in kaart. Ze analyseerden verschillende aardewerkstijlen – die een aanwijzing zijn voor de verspreiding van technologische ontwikkelingen tussen nederzettingen – en vergeleken de archeologische gegevens met genetisch en taalkundig bewijsmateriaal. En dit leidde ertoe dat de onderzoekers heel duidelijk twee periodes van elkaar konden scheiden.

Verschillen
De ene periode omvat een tijdspanne van meer menselijke activiteit in Centraal-Afrika tussen ongeveer 800 jaar voor Christus tot 400 jaar na Christus en 1000 tot 1900 na Christus. De tweede periode wordt gekenmerkt door een massieve ontvolking tussen 400 en 600 na Christus. “Deze twee periodes vertonen sterk verschillende aardewerkstijlen die eerst een expansiefase van wijde verspreiding vertonen en dan een regionaliseringsfase met veel meer lokale soorten keramiek,” legt archeoloog Dirk Seidensticker uit. “Omdat aardewerk een van de weinige types materieel cultureel erfgoed is die de tand des tijds heeft doorstaan is dit een belangrijke stap voorwaarts voor de archeologie van het Afrikaans continent.”

Mbuun vrouwen nabij Idiofa (Kwilu Provincie, RD Congo) maken aardewerken potten klaar om te bakken. Pottenbakken is vandaag echter met uitsterven bedreigd wegens de massale import van alternatieven in plastiek en metaal. Afbeelding: Koen Bostoen 2019

De grote vraag is natuurlijk wat er aan die mysterieuze grootschalige ontvolking ten grondslag ligt. En daar hebben onderzoekers nu een antwoord op. De massale verdwijning van de mens uit Centraal-Afrika zou namelijk heel goed veroorzaakt kunnen zijn door een langdurige epidemie. “De periode viel samen met nattere klimatologische omstandigheden in de regio, wat de uitbraak van een epidemie aangewakkerd kan hebben,” stelt onderzoeker Wanner Hubau. Maar dat is nog niet eens het belangrijkste. Het moment van de ontvolking valt namelijk tevens precies samen met de uitbraak van de Pest van Justinianus, die periodiek tussen 541 tot ongeveer 750 na Christus terugkeerde en het hele Middellandse Zeegebied teisterde. Men vermoedt dat deze ziekte heeft bijgedragen aan de val van zowel het Romeinse rijk als het rijk van Aksum in Ethiopië. De desastreuse pandemie eiste mogelijk tot wel 100 miljoen levens in zowel Azië, Europa en Afrika.

Bacterie
Hoewel die overeenkomst in tijd natuurlijk opvallend is, hebben de onderzoekers helaas geen hard bewijs kunnen vinden. Of de verdwijning van de mens in Centraal-Afrika daadwerkelijk het gevolg is van een epidemie, zal dus nog moeten blijken. Wat deze hypothese echter meer kracht bijzet, is het feit dat de zogenoemde Yersinia pestis-bacterie – die de Pest van Justinianus veroorzaakte – al lang in Centraal-Afrika aanwezig was. Eén bepaalde variant ervan, die vandaag nog steeds voorkomt in Congo, Zambia, Kenia en Oeganda, is de oudste levende verwant van de variant die in 14de-eeuws Europa de Zwarte Dood veroorzaakte. “Daarom beschouwen we een aanhoudende pestepidemie als plausibele hypothese voor de waargenomen ontvolking van Centraal-Afrika in de 5de-6de eeuw na Christus,” aldus Hubau.

Bantoe-sprekers
De studie onderstreept dat er nog steeds veel over de volledige geschiedenis van het Afrikaanse continent te leren valt. Zo wordt de kolonisatie van Afrika door Bantoe-sprekers meestal gezien als een lang en ononderbroken proces. Maar de nieuwe studie toont nu aan dat de eerste sedentaire samenlevingen die zich vanaf 700 voor Christus in het Congolese regenwoud vestigden, grotendeels tussen 400 en 600 na Christus zijn verdwenen. De Bantoe-taalgemeenschappen in het grootste deel van Congo en omstreken zijn dus misschien wel bijna 1000 jaar jonger dan eerder gedacht.

Los van alle zaken die puur wetenschappelijk herdacht moeten worden illustreert dit fascinerend nieuw inzicht volgens onderzoeker Koen Bostoen nog maar eens dat Afrikaanse samenlevingen reeds lang vóór de trans-Atlantische slavenhandel en de Europese kolonisatie enorme beproevingen hebben doorgemaakt. “En bovenal hadden ze de veerkracht en inventiviteit om die terug te boven te komen,” zo zegt hij. “In deze tijd van pandemie, klimaatverandering en socio-economische malaise voor de overgrote meerderheid van de mensen in Centraal-Afrika is dit toch een hoopgevend inzicht.”