Hoewel de ster veel verder weg staat dan Alpha Centauri is de reisduur aanzienlijk korter.

Dat stelt een internationaal team van onderzoekers in dit fascinerende paper. Als de ruimtecapsule vandaag de aarde zouden verlaten, zou deze zich zo rond 2086 in een baan rond de ster kunnen nestelen.

Alpha Centauri
Precies een jaar geleden kwamen Stephen Hawking en Yuri Milner met een fantastisch idee op de proppen. Ze stelden voor een ruimtesonde te sturen naar de sterren die het dichtst bij de aarde staan: het Alpha Centauri-systeem. Die ruimtesonde zou hooguit 20 jaar over de reis mogen doen. Het betekent dat deze zich met een snelheid van 60.000 kilometer per seconde door de ruimte moet haasten. Onmogelijk? Nee, zo stelden Hawking en Milner. Ze stellen voor een ruimtevaartuig te bouwen dat niet meer weegt dan een vel papier en vastzit aan een flinterdun zeil dat aangedreven wordt door gigantische laserstralen. Gaandeweg zal het zeil – dat in feite dus aangedreven wordt door licht – een steeds hogere snelheid krijgen. In theorie een fantastisch idee dat het inderdaad mogelijk maakt om Alpha Centauri binnen 20 jaar te bereiken.

Laserstralen drijven het zeil – met daaraan de ruimtesonde – voort.

Waar zit de rem?
Maar Hawking en Milner hadden één ding over het hoofd gezien: de rem. Want hoe gaan we dit ruimtevaartuig – dat door de laserpulsen een steeds hogere snelheid krijgt – in de nabijheid van Alpha Centauri af laten remmen? Eerder dit jaar bogen Duitse onderzoekers zich over die vraag en ze stelden voor om de straling van de sterren in Alpha Centauri te gebruiken om de sonde af te remmen. Die aanpak heeft echter één nadeel: de reis naar Alpha Centauri gaat veel langer duren. In plaats van 20 jaar zal het – onder meer door de lange remtijd van de sonde – een slordige 146 jaar duren voor de sonde zich in een baan rond Proxima Centauri (ongetwijfeld de meest interessante ster die Alpha Centauri rijk is) kunnen nestelen. En daarmee wordt het briljante plan van Hawking en Milner voor de ongeduldige sterveling toch wat minder aantrekkelijk, of niet?

Sirius. Foto: Hubble / ESA / Akira Fujii.

Sirius
Misschien moeten we onze blik dan ook op een andere eindbestemming richten, zo stellen wetenschappers nu. In hun paper opperen ze het plan om Sirius te bezoeken: de helderste ster aan onze nachthemel. Deze ster staat bijna twee keer verder weg dan Alpha Centauri, maar zouden we in minder dan de helft van het tijdsbestek dat nodig is om Alpha Centauri te bereiken, kunnen bezoeken. Berekeningen wijzen uit dat de reis naar Sirius ‘slechts’ 69 jaar in beslag zou nemen. Het heeft alles te maken met de helderheid van Sirius. De ster is zo’n zestien keer helderder dan Alpha Centauri en kan het ruimtevaartuig dus veel sneller af laten remmen.

Technologische ontwikkelingen
Ook dit is in theorie een fantastisch plan. Toch hoeven we er niet op te rekenen dat het op korte termijn werkelijkheid wordt. Want er zijn nog wel enkele hobbels te nemen. Zo zullen we eerst in staat moeten zijn om een groot, maar flinterdun zeil te ontwikkelen dat bestand is tegen de extreme omstandigheden in de ruimte en zoveel mogelijk licht reflecteert. Maar, zo benadrukken de onderzoekers, naar de componenten waaruit zo’n zonnezeil kan bestaan (bijvoorbeeld grafeen) wordt momenteel veel onderzoek gedaan. Dus met een beetje geluk kan het wilde idee binnen enkele decennia werkelijkheid worden.

En daarmee komen de interstellaire ruimtereizen langzaam maar zeker binnen handbereik. Naast Sirius A – met een reistijd van zo’n 69 jaar – zouden we bijvoorbeeld ook een bezoekje kunnen brengen aan Vega (167 jaar reistijd) of Fomalhaut A (221 jaar reistijd). Laatstgenoemde ster zou een machtig interessante eindbestemming zijn: de ster bezit een exoplaneet, een stofschijf en wordt vergezeld door twee andere sterren, waarvan eentje ook een stofschijf bezit.