Stel dat corona blijft. Hoe ziet de wereld er dan over 50 of 100 jaar uit? En kan technologie deze leefbaarder maken?

In het kader van een verhalenwedstrijd lieten studenten van de TU Eindhoven met die vragen op zak, hun fantasie de vrije loop. Het resulteert in prachtige, maar ook beklemmende verhalen over een nieuwe, ongewenste realiteit waarin mensen – al dan niet geholpen door futuristische technologieën – toch vaak geneigd zijn om te blijven zoeken naar een glimp van het ‘oude normaal’.

De winnaar
Een jury – bestaande uit een wetenschapper, communicatie-expert en schrijver – heeft alle verhalen gelezen en een winnaar gekozen: ‘Aegri Somnia’ geschreven door Rik van Gorp.


Het verhaal gaat over de broers Aron en Cor die door toedoen van het coronavirus niet meer normaal met elkaar kunnen communiceren, maar afhankelijk zijn van een nieuwe, complexe technologie. Speciaal voor Scientias.nl heeft Van Gorp zijn verhaal nu naar het Nederlands vertaald:

‘Frankrijk zit in me, maar ik ben niet in Frankrijk.’ Terwijl de waas langzaam vermindert, beginnen Arons ogen zich te focussen op een zwarte kat, die zichzelf harmonisch balanceert op het randje van de fontein op Place de l’ Hôtel de Ville. Achter haar zijn de Franse terrasjes compleet gevuld. Een handige serveerster maneuvreert zichzelf door het doolhof van ronde tafeltjes, met op haar ene vingertoppen een bord vol kaasjes en in haar andere hand een fles Bordeaux.
‘Geen social distancing pour les Français têtu.’ denkt Aron.
En waarom zouden ze? Bovendien, de blauwe, Mediterrane lucht presenteert zichzelf als een ontvankelijke vriend. De zachte, aangename Mistral wind vindt haar weg door de nauwe straatjes. Plotseling rukt een diepe stem Aron uit zijn gedachten;
‘Aron, hierzo!’
Daar is hij. De chino, de zonnebril en het zomershirt laten hem goed opgaan in de omgeving. Zijn glimlach is mysterieus. Adrenaline stroomt door Arons lichaam.
‘Cor!’
Aron denkt terug aan die fatale dag in April 2023. De paniek, het haasten naar het ziekenhuis, zijn hoestende broer op het geïsoleerde ziekenhuisbed… Gelukkig heeft niets van dat een effect gehad op zijn broer hier in deze nieuwe, serene omgeving. Samen lopen ze weg van de turbulentie van het terras en gaan ze op in het labyrint van Franse, nauwe straatjes. Tegelijkertijd zijn Arons gedachten chaotisch. Zijn woorden zijn essentieel. Tijd is essentieel.
‘Herinner je je onze vakantie hier met pap en mam nog?’ vraagt Aron.
‘Natuurlijk! Ons uitje naar de grotten van Lascoux hebben mij geïnspireerd om te beginnen met verven, dat weet je toch Aron?’ antwoordt Cor.
Natuurlijk wist Aron dat. Dat was het punt niet, maar deze vraag heeft hem geholpen om controle te krijgen over hun connectie. Hoewel, de verhoogde druk in zijn hoofd vertelt hem dat hij moet opschieten; nu moet hij de emoties van Cor aanwakkeren.
‘Ah, onze oude man. Hij zou zo trots zijn als hij ons hier samen kon zien.’
‘Zeker weten… Ik mis hem iedere dag.’
Gelukt. De emotionele connectie is tot stand gebracht. Nu begint het lastige gedeelte – zijn broer laten inzien wat er gaande is.
‘Cor, heb je er ooit over nagedacht om terug te komen?’
Meteen na het zien van Cors fronsende wenkbrauwen wist Aron dat hij had gefaald. Aron grijpt naar zijn exploderende hoofd.
‘Ik denk dat onze tijd samen voorbij is, Aron. Bedankt voor je komst.’
En met die laatste vier woorden veranderde de Franse lucht. Het zachte zomerbriesje slaat om in een verwoestende storm. De ramen van de pittoreske, Franse huisjes beginnen te klapperen en een grote stofwolk bedwelmen Arons zicht weer.
‘Nee, nee… Alsjeblieft!’ schreeuwt Aron
‘… Broertje, Ik hou va…’ De bliksem slaat op hem in.
Een eenzame ziel wiegt langzaam heen en weer op de koude, chirurgische groene vloer van het staatsziekenhuis. Naast hem ligt een bewegingsloze man op zijn buik, terwijl zijn mechanische longen de ruimte vullen met een oorverdovende stilte. Een dun elektrisch draadje verbindt het linkeroor van beide mannen met een grijze desktop computer.
In de laatste jaren zijn alle technologieën getest. Na de eerste shock van het virus, heeft de mensheid teruggevochten met vaccins… Maar, het virus muteerde en de vaccines bleken slechts het product van medische grootsheidswaanzin. Daarna werden de meer drastische technologieën ontwikkeld om de minuscule haakjes te bestrijden die de longen van bijna een kwart van de wereldbevolking vernietigden. Nanobots, laserpuls behandelingen, neutronen therapie – maar het virus overwon.
Na vijf jaar van strijd is de wereld in een nieuwe staat van surrealisme beland. De patiënten met het meeste geluk liggen nu in een coma, te wachten op dat toekomstige medicijn. In afwachting van het nieuwe medicijn heeft een team van technologen een nieuw product bedacht, gericht op virtuele re-integratie. Het idee is simpel – door gebruik te maken van gezamenlijke herinneringen, kunnen sinusvormige golffuncties opgewekt worden in de hersenen van de patiënt. Hierdoor kan een gedeelde, virtuele omgeving worden geconstrueerd, waar mensen weer met hun vrienden en familie kunnen zijn. Maar, in de praktijk heeft dit nog nooit geleid tot een stabiele connectie van meer dan vijf minuten.
Aron trekt het dunne elektrische draadje uit zijn oor. Een rilling loopt over zijn rug terwijl hij naar het bewegingsloze lichaam van zijn broer staart.

“In Rik’s verhaal zie je hoe onmisbaar menselijk contact is,” vertelt professor Wijnand IJsselsteijn, jurylid en wetenschappelijk directeur van het Center for Humans and Technology aan de TU Eindhoven. “Hij schetst een nieuwe technologie waarbij contact en herinnering tot leven komen, en zelfs mensen kan redden. Het is een mooie vondst, en ook een die logisch aanvoelt. Zijn verhaal voelt realistisch en heeft een hoog Black Mirror-gehalte. Het zou een goed scenario zijn, vinden wij.” Van Gorp schreef het verhaal toen hij voor een stage in Zuid-Frankrijk zat en doordat een huisgenoot corona opliep in quarantaine moest. “De mooie, kleine straatjes van Aix-en-Provence gaven mij genoeg inspiratie voor de setting van het verhaal,” zo vertelt hij. “Vervolgens ben ik gaan denken vanuit een rampenscenario, waar ik de mooie, rustige omgeving tegen af kon zetten. Het idee van een wanhopige man die alles probeert om bij zijn familie te zijn, leek me een interessant onderwerp om over te schrijven. Ik vond het een mooi idee om de lezer mee te geven dat technologie slechts een hulpmiddel moet zijn om menselijke connecties te verbeteren en niet het doel op zichzelf.”

“De coronacrisis is een mogelijk tipping point in technologiegebruik”

Vergezichten
Van Gorp heeft omwille van het verhaal duidelijk goed nagedacht over de rol die technologie in een rampscenario kan spelen. En dat was precies de bedoeling van de verhalenwedstrijd. Want het is bijzonder nuttig om vanuit fictieve verhalen na te denken over toekomstige technologie, zo stelt IJsselsteijn. “De vergezichten van kunstenaars, schrijvers, designers en andere creatieve beroepen kunnen zaadjes zijn die wetenschappers intrigeren en stimuleren. Juist door een ander perspectief te hanteren dan puur technologisch, ontstaan nieuwe inzichten. Het kan ons helpen om mogelijkheden van toekomstige technologie voorstelbaar te maken, of om kritische noten te plaatsen (…) Het maakt ons ook gevoelig voor ethische overwegingen die je moet maken bij technologische vooruitgang.”


Tipping point
Dat studenten er juist in deze tijd middels een verhalenwedstrijd toe worden aangezet om op een andere manier over technologie na te denken, is niet voor niets. “De coronacrisis is een mogelijk tipping point in technologiegebruik,” meent IJsselsteijn. “De technologische ontwikkelingen gaan onverminderd snel, maar de grootste wijziging is wel onze massale overstap, op alle levensgebieden, naar virtueel en online. We leven, werken, studeren en spelen nu volcontinu achter schermpjes, we gaan virtueel bij elkaar op bezoek, nemen online deel aan conferenties en culturele evenementen, en bestellen massaal onze spullen in webwinkels. De tech-sector spint hier garen bij, maar we leveren ook iets heel waardevols in. We wilden deze dramatische perspectief-verschuiving gebruiken als aanleiding voor creativiteit en scenario-denken, waarbij de vraag is: hoe nu verder? Hoe zorgen we ervoor dat we de menselijke maat niet uit het oog verliezen?”

Voortdurend nadenken
Want technologie biedt ons veel mogelijkheden, maar we mogen die niet ook allemaal zomaar omarmen. “Bij nieuwe en disruptieve technologie is het van belang om voortdurend na te denken over wat dit kan betekenen voor de mens, voor onze samenleving en onze leefomgeving. Denk aan zelfrijdende auto’s, robots in de zorg, of een algoritme dat bepaalt of je wel of geen lening krijgt van je bank. Dit vraagt om ethische reflectie, maar ook om gedragsonderzoek en systeemanalyse op maatschappelijk niveau.”

En tenslotte is het ook heel belangrijk om je ervan bewust te zijn dat technologie ook haar beperkingen heeft. Dat wordt ook pijnlijk duidelijk in het winnende verhaal van Van Gorp. “Het frustrerende van techniek is dat niet altijd alles werkt,” aldus Van Gorp. “Ik denk dan ook dat het belangrijk is dat de mens zich bewust is van de balans tussen de natuur, de techniek en de mens. Techniek kan een hele belangrijke rol hebben, maar in de basis blijven we mensen die onderhevig zijn aan de natuur.”