Er zwemmen en wandelen bijna 600.000 volwassen wilde keizerspinguïns op het continent Antarctica. Toch gaat het aantal pinguïns drastisch afnemen, waarschuwen onderzoekers.

Wetenschappers van het Woods Hole Oceanografische Instituut hebben onderzocht of keizerspinguïns gered kunnen worden door kolonies te verplaatsen naar andere locaties, bijvoorbeeld naar plekken met (relatief) veel zeeijs. Het korte antwoord is nee, zo concluderen zij in een paper in het wetenschappelijke vakblad Biological Conservation.

Wist je dat…

…keizerspinguïns 27 minuten onder water kunnen blijven door hun hartslag te verlagen?

Het zeeijs trekt de komende decennia terug, waardoor de 54 kolonies de komende tijd zullen krimpen. “We weten dat zeeijs een belangrijke factor is als we kijken naar de geschiedenis van keizerspinguïns”, zegt bioloog Stephanie Jenouvrier van het WHOI. “Op plekken met een warmer klimaat – zoals Pointe Géologie – zien we de populatie zo’n vijftig procent afnemen sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw.”

Verhuizen lijkt interessant, maar schijn bedriegt
Verplaatsen is geen optie om de keizerspinguïn te redden. Het model van de onderzoekers laat zien dat verhuizen de eerste decennia positief is, omdat het aantal pinguïns dan aanzienlijk toeneemt, maar dat er na het jaar 2046 een omslag plaatsvindt met desastreuze gevolgen. Of we pinguïns nu wel of niet een handje helpen: de uitkomsten zijn gelijk.

Beschermde diersoort
“Aan het eind van deze eeuw is het totale aantal keizerspinguïns met minimaal 40 procent en maximaal 99 procent afgenomen”, aldus Jenouvrier. “Een zorgelijke ontwikkeling. Vandaar dat keizerspinguïns wettelijk beschermd moeten worden onder de Endangered Species Act.”

De juiste balans
Wanneer er te weinig zeeijs is, zijn er minder broedplaatsen beschikbaar. Te veel zeeijs is ook niet goed, want dat betekent dat volwassenen langer onderweg zijn om voedsel te vinden.