Uit de brieven blijkt onder meer dat Turing Amerika verafschuwde.

Professor Jim Miles ontdekte de brieven in een oude archiefkast die in een opslagruimte van de Universiteit van Manchester stond. In totaal trof hij in de kast 148 documenten van Alan Turing aan. Sommige van deze documenten hebben al zeker dertig jaar geen daglicht gezien.

Turing schreef de brieven tussen begin 1949 en juni 1954 (de maand waarin hij stierf). De brieven zijn zakelijk van aard en onthullen weinig over het persoonlijk leven van de briljante Turing (zie kader). Ook over zijn werk omtrent Enigma wordt weinig gesproken. Dat is niet zo gek: het is in die tijd nog een staatsgeheim.

Wie was Alan Turing?
Turing was een wiskundige. Hij is onder meer beroemd vanwege zijn werk tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het diepste geheim ontwikkelde hij voor de Britten een apparaat dat de codes die de Enigma-codeermachines van de Duitsers genereerden, te ontcijferen. Daarnaast was Turing veel bezig met kunstmatige intelligentie en ontwikkelde hij in het kader daarvan de turingtest. Een robot heeft deze test glansrijk doorstaan als hij erin slaagt om mensen tijdens het chatten wijs te maken dat hij een mens en dus geen robot is.
Zo glansrijk als Turings carrière is, zo tragisch is zijn persoonlijk leven. In 1952 wordt hij gearresteerd voor – dan nog strafbare – homoseksuele handelingen. Hij kan kiezen tussen twee straffen: chemische castratie of een gevangenisstraf. Turing kiest het eerste en ondergaat hormooninjecties. In 1954 wordt hij dood aangetroffen, aangenomen wordt dat hij zelfmoord heeft gepleegd.

De brieven geven wel een kijkje in het alledaagse leven van Turing. Ook krijgen we een beeld van de ongezouten meningen die hij erop nahield. Zo reageert hij in één van de brieven op een uitnodiging die hij heeft ontvangen voor een conferentie in de VS. “Ik zou de reis niet leuk vinden en ik verafschuw Amerika.”

“Dit is echt een unieke vondst,” vindt onderzoeker Jim Miles. “Archiefmateriaal dat verband houdt met Turing is extreem schaars, dus een deel van zijn academische correspondentie is een welkome en belangrijke aanvulling voor onze collectie.”