Wanneer mensen denken dat hun hartslag heel hoog is, liegen ze minder snel en zijn ze sneller geneigd om zich vrijwillig voor een goed doel in te zetten. Dat blijkt uit onderzoek.

De onderzoekers verzamelden een groep proefpersonen en vroegen de proefpersonen of ze een klein deel van hun tijd in vrijwilligerswerk wilden steken. Bijvoorbeeld door aan een tweede experiment deel te nemen of door een brief die iemand anders had opgesteld even door te lezen. Terwijl de proefpersonen over die vraag nadachten, hoorden ze het geluid van een hartslag. Ze dachten dat het hun eigen hartslag was. Deze hartslag was normaal of hoog.

Vrijwilligerswerk
De proefpersonen die dachten dat hun hartslag heel hoog was, waren veel sterker geneigd om vrijwilligerswerk te doen: bijna de helft van deze groep zegde toe. Van de proefpersonen die dachten dat ze een normale hartslag hadden, beloofde slechts zeventien procent zich vrijwillig in te zetten.

WIST U DAT…

Liegen
In een tweede experiment speelden de proefpersonen een spel waarin ze de keuze hadden om te liegen. Wanneer ze logen, konden ze zelf meer geld verdienen. Weer hoorden de proefpersonen een hartslag. De proefpersonen die dachten dat hun hartslag heel hoog was, logen veel minder vaak.

Weloverwogen
De vermeende hoge hartslag heeft dus invloed op het morele gedrag van de proefpersonen. In een derde en vierde experiment toonden de onderzoekers aan dat dat echter niet altijd zo is. De invloed van de hartslag is kleiner wanneer mensen de morele keuze waar ze voor staan heel weloverwogen en zelfbewust benaderen.

Hoe zijn de resultaten te verklaren? De wetenschappers wijzen erop dat mensen vaak een hogere hartslag ervaren wanneer ze voor een moreel dilemma staan. Wanneer mensen denken dat ze een hoge hartslag hebben, zou dat mensen het idee geven dat ze onder hoge druk staan en om die druk en de stress die deze met zich meebrengt te verminderen, maken ze een keuze die moreel gezien loffelijk te noemen is.