jonkie

Nieuw onderzoek veegt het idee dat jonge schildpadden de eerste jaren van hun leven passief op de golven drijven van tafel. Schildpadden van zes maanden oud blijken al heel actieve zwemmers te zijn.

Zodra een schildpad uit het ei – dat moeder op het strand achterlaat – kruipt, haast deze zich naar zee. Gedacht werd wat de schildpad zich eenmaal in zee maandenlang door de stroming in de oceaan liet meevoeren. Wetenschappers hebben nu echter ontdekt dat die aanname niet klopt.

De boei en de schildpad
Ze trekken die conclusie nadat ze tientallen jonge zeeschildpadden in de Golf van Mexico vingen en van een zendertje voorzagen. Vervolgens lieten ze de schildpadden weer los op de plek waar ze ze gevangen hadden. Naast de schildpadden zetten ze op diezelfde plek ook kleine, drijvende boeien uit. Net als de schildpadden waren die boeien uitgerust met een zendertje. De onderzoekers keken daarna naar de bewegingen van de drijvende boeien en de jonge schildpadden waarvan werd aangenomen dat ze net als die boeien passief op de golven dobberden.

Verschil
Uit het onderzoek blijkt dat de afgelegde route van de schildpadden verschilt van de route die de boeien aflegden. Al in de eerste dagen nadat de schildpadden en boeien waren uitgezet, was er een groot verschil (tot wel 200 kilometer) tussen de afstand die de schildpadden en de afstand die de boeien hadden afgelegd. In bijna elk geval bleken de jonge schildpadden actief te zwemmen, waardoor ze sneller een prettige plek in de oceaan bereikten of langer op een prettige plek in de oceaan konden blijven.

Het onderzoek schept meer duidelijkheid over wat onderzoekers de ‘lost years‘ van zeeschildpadden noemen. Zodra jonge schildpadden hun ei uitkomen, verdwijnen ze in zee en onduidelijk is wat ze daar de eerste twee jaren van hun leven precies uitvoeren (zie kader). “Alle soorten zeeschildpadden worden met uitsterven bedreigd,” stelt onderzoeker Nathan Putman. “Weten hoe ze zich verspreiden is belangrijk als we ze willen beschermen. Door hun zwemgedrag beter te begrijpen, kunnen we beter voorspellen waar ze heengaan en welke risico’s ze wellicht tegenkomen.”