Het vervalsen van oudheden is big business. Er gaan grote bedragen in om en ook academische fraude is aan de orde van de dag. Vervalsingen én de strijd daartegen, leiden tot wetenschappelijke consternatie.

Geschiedkundige dr. Jona Lendering waarschuwt in zijn boek Bedrieglijk echt voor de kunde waarmee vervalsers te werk gaan, vooral als het gaat om het vervalsen van papyri. “We hebben het over alle soorten oudheden: papyri, andere documenten, maar ook kunstvoorwerpen. Zolang mensen belangstelling hebben voor de oudheid, zijn er namelijk slimmeriken geweest die vervalsingen maakten. Dat begon al met de middeleeuwse relikwieënhandel en loopt door tot de huidige tijd. Vervalsingen volgen de oudheidkunde dus als een schaduw. De strijd hiertegen is echter óók de prikkel geweest om tot betere kennis te komen.”

Zelfs koolstofdateringen onbepalend
“Classici ontdekten bijvoorbeeld de verschillen tussen antiek, laatantiek en middeleeuws Latijn, waardoor ze middeleeuwse vervalsingen leerden herkennen. Op dezelfde wijze ontstond de archeologie uit het zoeken naar criteria om echt en vals te scheiden. Het vervalsen van papyri en trouwens ook van teksten op perkament, is uniek omdat bij dit specialisme, de vervalsers de wedloop hebben gewonnen tegen de wetenschap. Het vervalsen van papyri professionaliseerde in de negentiende eeuw. Vervalsers gingen toen gebruik maken van oud schrijfmateriaal. Dat maakt een vervalsing tot op de huidige dag onherkenbaar, zelfs met laboratoriumtechnieken als koolstofdateringen. Het schrijfmateriaal is immers echt antiek, dus dat herken je niet als vals. Toen duidelijk werd dat je met spectroscopie de receptuur van de inkt kon herkennen, schakelden vervalsers meteen over op de antieke receptuur: roet en water en Arabische gom. Simpel gezegd: een vervalser die zijn werk een béétje verstaat, is niet te traceren.”


Geld en ideologie als motieven
Vervalsers hebben genoeg werk. Daarbij gaat niet altijd om louter financieel gewin, legt Lendering uit. “Geldelijk gewin speelt een rol, maar de vervalser van de tekst die bekendstaat als het Evangelie van de vrouw van Jezus, lijkt andere motieven te hebben gehad. In die vervalsing werd Jezus gepresenteerd als getrouwd man en in sommige kringen viel dat heel goed.”
Volgens de auteur zijn toeristen makkelijke slachtoffers, maar zeer zeker niet de enigen die beentje gelicht worden. “Een schitterend voorbeeld is de zogeheten Artemidorospapyrus, een tekst die leek te bewijzen, dat de Renaissance was geïnspireerd door meer antieke voorbeelden, dan we voor mogelijk hadden gehouden. Dat was een tekst, die oudheidkundigen maar wat graag wilden hebben. Lokaas dus. De vervalser gaf vervolgens enkele oudheidkundigen het exclusieve recht te mogen kijken naar de ontdekking.”

Een stukje papyrus haalde in 2012 het nieuws toen een professor aan de universiteit van Harvard ontdekte dat het de woorden “..en Jezus zei tegen hen, mijn vrouw..” bevatte. Het zou erop wijzen dat sommige vroege Christenen geloofden dat Jezus getrouwd was, zo stelde professor Karen King, die dacht dat het fragment deel uitmaakte van een evangelie, dat voor het gemak aangeduid werd als ‘het evangelie van de vrouw van Christus’. Later wees onderzoek uit dat het stukje papyrus een ordinaire vervalsing was. Afbeelding: Karen King.

De wetenschap te enthousiast?
“Dit hoort een wetenschapper natuurlijk niet te doen”, aldus Lendering. “Want dan is geen collegiale controle mogelijk. De betrouwbaarheid van de conclusie staat of valt daarna met de deskundigheid van een nodeloos beperkt aantal uitverkorenen. Zo ontstond de reuring die de vervalser nodig had: door de wetenschappelijke publicatie was de prijs voldoende opgedreven, om de tekst profijtelijk te verkopen. De vervalser heeft een enorm vermogen verdiend, doordat een paar wetenschappers te verblind waren door het lokaas. Toen de recherche het ontdekte, was het misdrijf verjaard.”
Niet alle vervalsers gaan echter deskundig te werk, meent de historicus. “Er bestaat prutswerk dat in het lab kan worden herkend. De vervalser van de Artemidorospapyrus liep tegen de lamp omdat er sporen van zink op het document werden aangetroffen, een metaal dat in de Oudheid weinig werd gebruikt. Een paar Dode Zee-rol-fragmenten zijn ontmaskerd, omdat de inkt was aangebracht boven het dunne laagje verweerde vuil, dat op ieder antiek voorwerp ontstaat. Het was dus recente inkt, anders had die immers onder dat laagje verweerd vuil gelegen. Zoiets is met een microscoop of een elektronenmicroscoop te zien.”

“Ik denk dat de druk om te scoren aan de universiteit zó hoog is geworden, dat het verleidelijk is de regels van de wetenschap te overtreden”

Pogingen van prutsers
Het feit dat prutswerk wordt herkend, wil echter niet zeggen dat papyri waaraan niets vreemds wordt gezien, dus echt zijn. Dat weet je alleen zeker als ze óf uit een gecontroleerde opgraving komen óf al heel erg lang bekend zijn. Dit is de gedocumenteerde provenance die een voorwerp dient te hebben, voordat een wetenschapper er iets mee kan doen.
“De onlangs opgedoken gedichten van de Griekse dichteres Sapfo, zijn een voorbeeld. De ontdekker heeft uiteenlopende verklaringen gegeven over de herkomst en voor zover ik weet, is het microscopische onderzoek naar dat verweerde vuil, onvoldoende gepubliceerd. Dit suggereert dat de eigenaar, wie dat ook moge zijn, zijn tekst niet durft te laten onderwerpen aan onderzoek dat zou kunnen bewijzen dat het in elk geval geen slechte vervalsing is. Hij voelt dus nattigheid. We weten momenteel te weinig, om te zeggen dat de Sapfo-fragmenten nep zijn, maar hoe langer er geen geloofwaardige herkomst en geloofwaardige laboratoriumresultaten zijn, hoe groter de twijfel aan de authenticiteit. De ontdekker is overigens inmiddels gearresteerd en geroyeerd door de Association Internationale de Papyrologues.”


Alertheid is devies
Lendering is zelf dan ook buitengewoon alert op vervalsingen. “Elke eerstejaarsstudent weet waarom ‘ie met z’n vingers moet afblijven van antieke voorwerpen waarvan de herkomst onbekend is. Niet alleen omdat ze vals kunnen zijn, ook omdat ze afkomstig kunnen zijn van plundering, de zogeheten blood antiquities. Nog niet zo lang geleden zijn in Egypte de bewakers vermoord van de opgraving van de universiteit van Leuven. Daar wil je toch niet bij betrokken zijn? Er is genoeg werk in de wetenschap te doen zonder dat je gedragscodes overtreedt.
De echte vraag is, waarom wetenschappers toch werken met voorwerpen zonder bekende herkomst. Ik denk dat de druk om te scoren aan de universiteit zó hoog is geworden, dat het verleidelijk is de regels van de wetenschap te overtreden. Nihilisme. Je ziet het ook in de archeologie. In 2012 bevatte 40% van de persberichten onjuistheden die de opstellers moeten hebben herkend. Inmiddels lijkt dat meer te zijn. Het kan niet voldoende worden benadrukt dat in de archeologie een persbericht niet dient om mensen te informeren, maar om naar fondsen te hengelen.”

“Iedereen weet dat vervalsingen de oudheidkunde als een schaduw volgen”

Wetenschap in rep en roer
Vervalsingen van oudheden kunnen tot grote oproer in de wetenschap leiden. “In Bedrieglijk echt kon ik verschillende gevallen documenteren, die de laatste jaren in het nieuws zijn geweest. Vrij veel bleken onecht. Dat is op zichzelf niet belangrijk of schokkend, want iedereen weet dat vervalsingen de oudheidkunde als een schaduw volgen. Wat me echter heeft geschokt is dat wetenschappers bereid zijn geweest rookgordijnen te leggen om hun straatje schoon te vegen. Het Evangelie van de Vrouw van Jezus ging naar het lab, dat vanzelfsprekend constateerde, dat het papyrus oud was en dat de inkt de juiste receptuur had. Vervolgens schreef de Harvard Universiteit in een persbericht, dat was vastgesteld dat het schrijfmateriaal, het papyrus dus, oud was. Dat was waar, maar totaal irrelevant. Harvard was gewoon de media aan het misleiden. Uiteraard vlak voor Pasen, als de algemene redacties een “vet stukje” zoeken en er geen tijd is de wetenschapsredactie te raadplegen. Van de Sapfo-fragmenten is beweerd, dat de inkt spectroscopisch gedateerd zou zijn. Weer een academisch rookgordijn. Mijn boek, waarin ik vooral wilde laten zien dat papyrologie leuk is, kreeg daardoor iets cynisch. Ik heb de publicatie maar beëindigd met een bingokaart van de smoezen die oudheidkundigen zijn gaan gebruiken. Zo viel er nog iets te lachen. Maar het nihilisme is om te huilen.”