De ene stellaire kraamkamer is de andere niet, zo blijkt.

Met behulp van het SPHERE-instrument op de Very Large Telescope hebben onderzoekers de stofschijven grond een groot aantal jonge sterren zeer gedetailleerd in kaart gebracht. En dat levert een aantal verrassingen op. Zo blijken deze stellaire kraamkamers – uiteindelijk zullen in veel van deze stofschijven planeten het levenslicht zien – sterk van elkaar te verschillen.

Oriëntatie
De afmetingen en vormen van de schijven lopen uiteen, zo stellen de onderzoekers. Sommige stofschijven blijken heldere of donkere ringen te bevatten. Andere stofschijven lijken weer meer op hamburgers. De grote verschillen zijn deels te verklaren door de oriëntatie van de stofschijf ten opzichte van de aarde. Soms zien we de schijven van voren, waardoor ze een ronde vorm hebben, soms van opzij, waardoor ze een smalle band vormen. Andere verschillen zijn weer toe te schrijven aan het feit dat in de ene stofschijf al planeten ontstaan zijn en in de andere niet.

Hier zie je een aantal stofschijven rond jonge sterren die tijdens dit onderzoek gedetailleerder dan ooit zijn bestudeerd. Afbeelding: ESO / H. Avenhaus et al. / E. Sissa et al. / DARTT-S & SHINE collaborations.

Onverklaarbare verschillen
Maar er zijn ook verschillen die we een stuk lastiger kunnen verklaren. Zo hebben onderzoekers met behulp van SPHERE een gloednieuwe stofschijf ontdekt rond de ster GSC 07396-00759. Deze rode ster maakt deel uit van een meervoudig stersysteem en heeft verrassend genoeg een stofschijf die veel verder ontwikkeld is dan de gasrijke schijf rond een vergelijkbare ster in hetzelfde systeem. Dat is verbazingwekkend, omdat beide sterren even oud zijn. Onderzoekers kunnen de verschillen op dit moment dan ook niet verklaren.

De schijf rond GSC 07396-00759 (in zij-aanzicht). De schijf loopt van linksonder naar rechtsboven, de ster is gemaskeerd. Afbeelding: ESO / E. Sissa et al.

Het geeft aan dat er nog veel te ontdekken valt als het gaat om de stofschijven rond jonge sterren. Voor dit laatste onderzoek richtten wetenschappers zich op T Tauri-sterren. Dit zijn heel jonge sterren – minder dan 10 miljoen jaar oud – die sterk in helderheid variëren. De schijven rond de sterren bestaan uit gas, stof en planetesimalen, oftewel de bouwstenen van planeten. Door deze sterren en hun stofschijven te bestuderen, hopen onderzoekers meer inzicht te krijgen in het ontstaan van planeten en uiteindelijk ook in het ontstaan van ons eigen zonnestelsel.