We kennen allemaal het beruchte verhaal van Pompeii: in 79 na Christus begroef de vulkaan Vesuvius het dorp en inwoners onder een laag lava en as. Verstikking, zo luidt de doodsoorzaak volgens wetenschappers. Onterecht, zo blijkt nu uit onderzoek. En dat betekent dat geschiedenisboeken en toeristische gidsen herzien moeten worden.

Door het as en de lava is alles in en rondom Pompeii perfect bewaard gebleven. En juist in zo’n gebied waar archeologen een stukje geschiedenis in hapklare brokken en op een presenteerblaadje krijgen aangereikt, gaat het fout. Aannames worden voor waar aangenomen en voor u het weet, gaat zo’n veronderstelling een eigen leven leiden.

Doodsoorzaak
Dat is ook het geval als het gaat om de doodsoorzaak van de inwoners van Pompeii. Want hoe stierven zij nu eigenlijk? Er is maar één getuige en dat is Plinius de Jongere. Hij beschrijft in een tekst hoe hij zijn oom zag bezwijken nadat deze as en rook had ingeademd. Historici gingen er op basis van dit verhaal direct vanuit dat alle inwoners van Pompeii aan rookvergiftiging en verstikking zijn overleden. Niemand twijfelde daaraan. Tot vandaag.

De laatste dag van Pompeii. Een schilderij van Karl Pawlowitsch Brjullow.

Onjuist
Vulkanoloog Giuseppe Mastrolorenzo bestudeerde de restanten van Pompeii en kan zich niet vinden in de theorie dat de bewoners door verstikking om het leven kwamen. Hij beweert dat de inwoners van Pompeii en de omliggende dorpen door extreme hitte stierven. “Alles wat in de gidsen en in de

teksten geschreven staat en alles wat aan toeristen is verteld, is onjuist,” meent Mastrolorenzo.

Actie
Hij baseert zijn conclusies op de lichamelijke overschotten die tussen de resten van Pompeii bewaard zijn gebleven. Het gaat om honderden lichamen. Ongeveer driekwart daarvan behoort toe aan mensen die direct, nog in actie overleden. Toen Mastrolorenzo dat zag, ging hij twijfelen aan de oude theorie. Mensen die stikken, worden meestal ineengedoken op de vloer aangetroffen. Zij rennen niet meer, maar blijven staan en snakken naar adem alvorens ter aarde te storten.

De uitbarsting van de Vesuvius. Een schilderij van J.M.W. Turner

Enorme temperaturen
Om deze eerste voorzichtige bewijzen wat sterker te maken, namen de onderzoekers een aantal botten van dieren en mensen en stelden deze aan verschillende temperaturen bloot. Vervolgens vergeleken ze de verschillend gekleurde botten die hieruit voortkwamen met de botten die in Pompeii zijn aangetroffen. De resultaten zijn verbluffend. De lichamen in Pompeii (en deze stad bevond zich nog tien kilometer van de Vesuvius) kregen te maken met temperaturen tussen de 120 en 150 graden. De dorpen die nog dichter bij de vulkaan lagen, kregen nog extremere temperaturen voor

de kiezen: tussen de 230 en 260 graden Celsius.

Model
Hoe kan zo’n enorme hitte in dit gebied neerdalen? Op basis van de resultaten stelden de onderzoekers een model samen waarin zes grote aswolken langs diverse zijden van de vulkaan neerdaalden. Op deze manier kan de hitte zich over een veel groter gebied dan gedacht verspreiden. Als mensen enkele seconden aan de hitte zijn blootgesteld, sterven ze. Ongeacht of ze nu binnen of buiten waren of vluchtten: dat had geen zin.

Op basis van het model dat de onderzoekers ontwikkelden, kan geconcludeerd worden dat de warme aspluimen zelfs op een afstand van 20 kilometer ten opzichte van de vulkaan nog slachtoffers hebben gemaakt. De wetenschappers pleiten dan ook voor grootschalige opgravingen in een grotere straal dan nu het geval is.