De vicepresident van de Verenigde Staten lijkt altijd in de schaduw te staan van de president. Kleine kans dat de gemiddelde Nederlander weet wie de huidige vicepresident van de VS is, terwijl Obama een wereldster is. Is het ambt van vicepresident een ondankbare hondenbaan of komt er meer bij kijken dan we denken?

Volgens de eerste grondwet, die van kracht werd in 1789, moest elke kiesman in het kiescollege twee stemmen uitbrengen; de man met de meeste stemmen werd de nieuwe president en de man met de op één na meeste stemmen werd de nieuwe vicepresident. De ‘founding fathers’ van de eerste grondwet gingen ervan uit dat iedereen wel op de grote held van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog – George Washington – zou stemmen, maar dat vele kiesmannen hun tweede stem zouden gebruiken voor iemand van de eigen staat, of in ieder geval regio.

Dat eerste kiessysteem had geen rekening gehouden met het bestaan van politieke partijen. Toen er wel partijen kwamen – rond 1795 – leidde de verkiezingsprocedure tot twee keer toe tot bizarre resultaten. In 1796 werd John Adams (van de Federalistisch partij) tot president gekozen, maar tegelijkertijd werd zijn politieke tegenstander Thomas Jefferson (van de Democratisch-Republikeinse partij) gekozen tot vicepresident. En in 1800 kregen Jefferson en zijn beoogde vicepresident Aaron Burr weliswaar meer kiesmanstemmen dan hun Federalistische tegenstanders, maar Jefferson en Burr kregen precies evenveel stemmen, waardoor het Huis van Afgevaardigden tussen hen moest kiezen.

In 1801 werd dan ook besloten dat alle kiesmannen in het vervolg één keer moesten stemmen voor het presidentschap en één keer voor het vicepresidentschap – waardoor de bizarre resultaten van 1796 en 1800 in de toekomst konden worden vermeden.

De taken van een vicepresident waren van het begin af aan nogal vaag. Ten eerste was – en is – een vicepresident de voorzitter van de Senaat en daarmee ook een “extra” lid van die Senaat. Ten tweede werd vastgelegd dat een vicepresident zijn president zou vervangen als die niet langer in staat is om die taak te vervullen, bijvoorbeeld als een president aftreedt of overlijdt. Een dergelijke accidental president blijft president voor het restant van de termijn van de overleden of afgetreden president.

Al sinds het begin van de 19e eeuw spelen kandidaten voor het vicepresidentschap een belangrijke rol in de verkiezingscampagnes, als running mates voor hun “bazen”. Als de presidentskandidaat een conservatieve zuiderling is, zal de running mate dikwijls een wat progressievere kandidaat uit een ander deel van het land zijn. Zo voerden de Republikeinen in 1900 campagne voor hun kandidaten met de slogan: “William McKinley, a Western man with Eastern ideas; and Theodore Roosevelt, an Eastern man with Western characteristics.”

Joe Biden, de huidige vicepresident.

Joe Biden, de huidige vicepresident.

Tot halverwege de 20ste eeuw hadden de meeste vicepresidenten saaie baantjes, want ze werden meestal buiten de belangrijke vergaderingen en beslissingen gehouden. Een politicus die een benoeming tot ‘running mate’ accepteerde, pleegde dan ook meestal een soort politieke zelfmoord.

Tot omstreeks 1940 werden de vicepresidentskandidaten van de twee grote partijen meestal gekozen door de partijcongressen, maar sindsdien worden de running mates meestal benoemd door de presidentskandidaten. De presidentskandidaat kan één van de verliezers van de recente nominatiestrijd tot “running mate” benoemen, maar de presidentskandidaat kan ook kiezen voor een andere partijgenoot, die dan plotseling landelijke bekendheid krijgt. In 2008, bijvoorbeeld, verraste de Republikeinse presidentskandidaat John McCain de hele wereld door zijn keuze voor Sarah Palin, gouverneur van Alaska en geen landelijke bekendheid. McCain heeft die verkiezingen verloren, volgens velen mede door het media-optreden van Palin. Zo bleek dat ze weinig nationale en internationale kennis en ervaring had. Als een zittende president herkozen wil worden, voert hij meestal campagne samen met zijn vicepresident, maar die regel kent uitzonderingen. In 1976, bijvoorbeeld, koos de zittende Republikeinse president Gerald Ford niet voor de toenmalige vicepresident Nelson Aldrich Rockefeller, omdat Ford de conservatievere Bob Dole beter meende te kunnen gebruiken. Edoch, Ford en Dole verloren van hun Democratische tegenstanders.

Ongelukkige vicepresidenten
Tot halverwege de 20ste eeuw hadden de meeste vicepresidenten saaie baantjes, want ze werden meestal buiten de belangrijke vergaderingen en beslissingen gehouden. Een politicus die een benoeming tot ‘running mate’ accepteerde, pleegde dan ook meestal een soort politieke zelfmoord. We citeren brieven of memoires van vier vicepresidenten uit die tijd, waaruit blijkt dat ze niet altijd gelukkig waren met hun ambt.

De eerste vicepresident, John Adams, vicepresident onder George Washington van 1789 tot 1797, schreef eens aan zijn vrouw: “Mijn land heeft mij opgezadeld met de meeste onbeduidende ambt dat ooit is bedacht in de geschiedenis van de mensheid.” Thomas R. Marshall, vicepresident onder Woodrow Wilson van 1913 tot 1921, schreef eens over zijn werk: “Er waren ooit twee broers. Een rende weg naar de zee, terwijl de ander gekozen werd tot vicepresident van de Verenigde Staten van Amerika. En van beide hoorden niemand meer iets.”

Aangezien Roosevelt zijn vicepresident opzettelijk buiten alle belangrijke vergaderingen had gehouden, was Truman slecht voorbereid op zijn taak – en dat terwijl het land in oorlog was met Duitsland en Japan.

John Nance Garner, vicepresident onder president Franklin D. Roosevelt van 1933 tot 1941, schreef ooit dat zijn baan “zelfs geen kan met warme pis waard is.” Harry S. Truman, de derde vicepresident onder president Franklin D. Roosevelt, beweerde ooit dat zijn ambt “net zo nuttig was als de vijfde tepel van de uier van een koe.” Truman was overigens heel kort maar kort vicepresident, van zijn beëdiging op 20 januari 1945 tot Roosevelts plotselinge dood door een hersenbloeding op 12 april van dat jaar. Aangezien Roosevelt zijn vicepresident opzettelijk buiten alle belangrijke vergaderingen had gehouden, was Truman slecht voorbereid op zijn taak – en dat terwijl het land in oorlog was met Duitsland en Japan.

Truman en Roosevelt, een foto uit 1945.

Truman en Roosevelt, een foto uit 1945.

De Republikeinse president Dwight Eisenhower (1953-1961) was de eerste president die veel taken gaf aan zijn vicepresident, Richard Nixon. Sindsdien hebben ook andere presidenten nuttige taken aan hun vicepresidenten gegund, waardoor het ambt in aanzien is gestegen. Zo dook de huidige vicepresident, Joe Biden, soms onverwachts op in het buitenland voor belangrijke internationale besprekingen. Als dergelijke bezoeken gedaan werden door president Obama, of de minister van Buitenlandse Zaken, moesten de media uiteraard vooraf op de hoogte gesteld worden. De machtigste vicepresident in de geschiedenis was waarschijnlijk de Republikein Dick Cheney (2001-2009), onder president George W. Bush. was Cheney namelijk de leider van een achtergrondteam in de “Global War on Terrorism” na de aanslagen op het World Trade Center in New York op 11 september 2001; het voorgrondwerk deed president Bush.

“Accidental” president: een vicepresident die president wordt
Een vicepresident wordt tot president beëdigd als zijn president overlijdt of aftreedt. Een dergelijke “accidental” president blijft president voor het restant van de termijn van de overleden of afgetreden president. Tot op heden zijn er negen presidenten geweest die hun termijnen niet hebben kunnen uitdienen. Vier van die negen presidenten werden vermoord: Abraham Lincoln in 1865, James Garfield in 1881, William McKinley in 1901 en John F. Kennedy in 1963. Vier andere presidenten stierven door ziekten: William H. Harrison in 1841 (slechts één maand na zijn inauguratie), Zachary Taylor in 1850, Warren G. Harding in 1923 en Franklin D. Roosevelt in 1945. Eén president is afgetreden, namelijk Richard Nixon in 1974; als hij niet was afgetreden, dan zou het Congres hem waarschijnlijk afzetten vanwege zijn betrokkenheid in het zogenoemde Watergate-schandaal.

Alle negen presidenten die hun termijnen niet hebben kunnen uitdienen, werden opgevolgd door hun vicepresidenten. Vijf van die negen “accidental” presidenten werden aan het einde van hun eerste – en dus relatief korte – termijn door hun politieke partijen genomineerd als gewone presidentskandidaten. Vier van die vijf personen wonnen de presidentsverkiezingen en werden toen “gewone” presidenten: Theodore Roosevelt werd op die manier gekozen in 1904, Calvin Coolidge in 1924, Harry S. Truman in 1948 en Lyndon B. Johnson in 1964.

Tot 1967 was er niets geregeld voor het geval dat een vicepresident zou aftreden of overlijden. Voor 1967 waren er zeven vicepresidenten tijdens hun termijnen overleden en was er één afgetreden; al die acht gevallen hadden tot gevolg dat de functie van vicepresident vacant bleef tot de eerstvolgende reguliere presidentiële inauguratie. Ook de acht vicepresidenten die voor 1967 tot “accidental” presidenten werden beëdigd, werden niet vervangen. In 1967 werd de grondwet zodanig veranderd, dat een afgetreden of overleden vicepresident kon worden vervangen door een gezamenlijke benoemingsprocedure van president en Congres.
De Amerikaanse grondwet houdt er ook rekening mee, dat zowel president als vicepresident tegelijkertijd, of zeer kort na elkaar, zouden kunnen wegvallen; mocht zoiets gebeuren – wat tot op heden nog nooit is gebeurd – dan wordt de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden de nieuwe president. De volgende in lijn van opvolging is de “pro tempore voorzitter van de Senaat” en de daaropvolgende is de minister van Buitenlandse Zaken, en zo zijn er nog meer personen in de lijn van opvolging. Liefhebbers kunnen alles opzoeken op deze site.

Nixon en Ford.

Nixon en Ford.

1974: president Nixon treedt af en opvolger Ford was nooit door het volk gekozen
Een bijzondere “accidental” president was Gerald Ford (1913-2006, president 1974-1977); hij was namelijk president, terwijl hij nooit een nationale verkiezingsstrijd voor president of vicepresident had gewonnen. De achtergrond van zijn presidentschap is als volgt. In november 1972 werden Ford’s Republikeinse partijgenoten Richard Nixon en Spiro Agnew met een grote meerderheid herkozen als president en vicepresident. Vervolgens begon Nixon’s regering uiteen te vallen. Vicepresident Agnew werd beschuldigd van belastingontduiking en moest daardoor aftreden op 10 oktober 1973. Nixon en het Congres benoemden vervolgens gezamenlijk – volgens de grondwettelijke bepaling die van kracht was sinds 1967 – Gerald Ford tot nieuwe vicepresident, die op 6 december 1973 werd beëdigd. Ondertussen waren het Congres – met een Democratische meerderheid – en Nixon verwikkeld in een bittere strijd, waarin Nixon dreigde te worden afgezet vanwege het zogenoemde “Watergate”-schandaal; medewerkers van Nixon hadden onrechtmatig afgeluisterd in het Watergate-gebouw van de Democraten in Washington DC. Op 9 augustus 1974 trad Nixon “vrijwillig” af, en Ford volgde hem diezelfde dag op. Ford en het Congres benoemden vervolgens samen een vicepresident, die, net als Ford, nooit door het volk was gekozen: Nelson Aldrich Rockefeller, beëdigd op 19 december 1974. In het verkiezingsjaar 1976 was Ford de Republikeinse kandidaat voor het presidentschap, maar hij verloor van zijn Democratische tegenstander Jimmy Carter.

Alex Ritsema (1963) is in 1987 afgestudeerd als econoom en statisticus aan de Universiteit van Groningen. Sinds 1989 werkt hij in Deventer op Saxion Hogescholen – maar dat heeft weinig te maken met één van zijn grote hobby’s: het bezoeken en bestuderen van kleine eilanden, overal ter wereld. Daarnaast is hij geïnteresseerd in de Amerikaanse geschiedenis. Vorige week schreef hij over de Amerikaanse presidentsverkiezingen en volgende week zoomt hij in op vier bijzondere Amerikaanse verkiezingsraces. Alex heeft enkele Engelstalige boeken geschreven over eilanden en maritieme geschiedenis. Meer informatie over de Nederlandse Waddeneilanden schreef hij in zijn boek “Discover the Dutch wadden Islands” (Lulupress, 2008). Zijn eilanden-website is www.aworldofislands.com.