Mensen die regelmatig gamen blijken minder grijze stof te hebben in de hippocampus.

Er is al ontzettend veel onderzoek gedaan naar de impact die videospelletjes hebben op het brein. En veel van die onderzoeken oordeelden in het voordeel van de gamer. Zo bleken videospelletjes positieve effecten te hebben op verschillende cognitieve processen. Maar dat is niet het complete verhaal, zo blijkt nu uit onderzoek van de universiteit van Montreal.

Minder grijze stof
De wetenschappers maakten hersenscans van mensen die zeer regelmatig videogames speelden en mensen die dat niet deden. “En wat we zagen, was: minder grijze stof in de hippocampus van gamers,” vertelt onderzoeker Véronique Bohbot.

Over de hippocampus

De hippocampus verzorgt het episodisch geheugen en helpt mensen om zich te oriënteren en hun weg te vinden (zo blijkt uit eerder onderzoek bijvoorbeeld dat taxichauffeurs in Londen een beter ontwikkelde hippocampus hebben). Door naar de hippocampus te kijken, kunnen onderzoekers conclusies trekken over de gezondheid van het complete brein: hoe meer grijze stof er in de hippocampus zit, hoe gezonder het brein is.

Nucleus caudatus versus de hippocampus
Hoe is dat te verklaren? Het is allemaal terug te leiden naar de nucleus caudatus. Dit hersengebied maakt onderdeel uit van het striatum, wat je zou kunnen zien als de tegenhanger van de hippocampus (zie kader). De nucleus caudatus doet dienst als een soort ‘autopiloot’ en ‘beloningssysteem’. Zo zorgt het ervoor dat we gedachteloos naar huis kunnen rijden en vertelt het ons wanneer we moeten eten en drinken. Dit hersengebied speelt ook een belangrijke rol bij het ontstaan van gewoonten en helpt ons te onthouden hoe we bepaalde dingen (bijvoorbeeld fietsen) moeten doen. Uit onderzoek blijkt dat gamen de nucleus caudatus sterker stimuleert dan de hippocampus, zo gebruikt 85 procent van de gamers dit deel van het brein om zijn weg te vinden in het spel. Er is echter een probleem: hoe meer zij de nucleus caudatus gebruiken, hoe minder ze de hippocampus gebruiken. En daardoor verliest laatstgenoemde hersengebied cellen.

En dat is zorgwekkend. Want hoe minder grijze stof er in de hippocampus te vinden is, hoe groter de kans wordt op bepaalde hersenaandoeningen, waaronder Alzheimer, depressies en schizofrenie. De onderzoekers vinden het dan ook een slecht idee om kinderen, jongvolwassenen en mensen met Alzheimer aan te moedigen videogames te spelen en zo bepaalde cognitieve processen – zoals het kortetermijngeheugen – te verbeteren. Want de “resultaten suggereren dat verbeteringen in dergelijke cognitieve vaardigheden een prijs hebben.”